VLISSINGEN - "Racisme is een gevaarlijk ziekteverschijnsel dat met kracht met worden bestreden". Deze woorden sprak minister van staat Max van der Stoel tijdens de Van Randwijklezing in de St. Jacobskerk in Vlissingen.

Onder grote publieke belangstelling gaf Van der Stoel donderdag zijn visie op 'Nederland na 60 jaar bevrijding'.

Verzatsman

De Van Randwijklezing wordt regelmatig uitgesproken in Vlissingen, dit jaar voor het eerst op bevrijdingsdag. De lezing is vernoemd naar H. M. van Randwijk (1909 - 1966), die een bekend publicist, verzetsman en uitgever van het indertijd illegale weekblad 'Vrij Nederland' was.

Zwarte schaduw

Van der Stoel maakt zich zorgen over het racistische gedrag van groepen jongeren in de samenleving. "Het is een ontwikkeling die een zwarte schaduw werpt op de dag dat wij de bevrijding van nationaal-socialisme en racisme herdenken", aldus Van der Stoel.

Stappen

De moeizame integratie van allochtonen en de toenemende dreiging van het internationale terrorisme zouden volgens de oud-bewindsman dringend aandacht nodig hebben. Van der Stoel riep Nederland dan ook op verdere stappen te ondernemen om de gaten in veiligheidssystemen te dichten.

De angst die bij veel Nederlanders leeft om de eigen nationale identiteit te verliezen bij de uitbreiding van de Europese Unie, noemt Van der Stoel "onrechtvaardig".

Engelse termen

De oud-minister denkt dat "de eigen cultuur niet zal worden verstikt maar dat de Nederlandse taal eerder bedreigd zal worden door onze groeiende neiging om Engelse termen te gebruiken, dan door Brussel".

Waakzaam

Van der Stoel sloot de lezing af met de woorden van Van Randwijk die op de herdenkingsmuur van de Erebegraafplaats in Bloemendaal staan te lezen: "Bedenk dat hetgeen gisteren bedreigd werd, heden en morgen opnieuw in gevaar kan verkeren. Bescherm het en wees waakzaam". Na afloop kreeg Van de Stoel bloemen van een Koerdische groep.

Minister van staat Max van der Stoel was de zesde die de Van Randwijklezing uitsprak. De Antwerpse burgemeester Leona Detiège, de toenmalige burgemeester E. van Thijn van Amsterdam, rabbijn A. Soetendorp, de vroegere ambassadeur van Zuid-Afrika C. Niehaus en hoogleraar en columnist C. Schuyt gingen hem voor.