ROTTERDAM - De rechtbank in Rotterdam heeft woensdag de voorlopige hechtenis van Hofstadverdachte Jermaine W. (18) opgeheven en zijn directe vrijlating bevolen. Dinsdag gaf het Openbaar Ministerie (OM) al aan zich hier niet tegen te verzetten, omdat er onvoldoende bewijs tegen deze verdachte is om hem nog langer vast te houden. De overige elf verdachten van de vermeende terreurorganisatie de Hofstadgroep blijven wel vastzitten, besloten de rechters

Bekijk video:
Modem/ Breedband

Jermaine, de broer van Jason W., blijft voorlopig nog wel verdachte. Toch liet officier van justitie K. Plooy dinsdag al doorschemeren dat de zaak tegen Jermaine mogelijk niet rond te krijgen is en dat er later wellicht om vrijspraak wordt gevraagd. Hij is volgens de persrechter de enige die niet bij Mohammed B., die de moord op Theo van Gogh heeft bekend, thuis is gezien.

Jason W. maakte dinsdag nog van de gelegenheid gebruik om zijn broer vrij te pleiten. De radicale bestanden die op de computer van Jermaine zijn gevonden, zijn van mijn hand, benadrukte Jason. In totaal verschenen dinsdag tijdens een pro forma-zitting over de Hofstadgroep acht van de twaalf verdachten voor de rechter.

Op de advocaten van Jason W. en Ismail A. na vroegen alle raadslieden om opheffing of schorsing van de voorlopige hechtenis van hun cliënten. Ze menen dat het OM geen bewijs heeft dat de verdachten iets strafbaars hebben gedaan en vinden dat die vermeende leden van de Hofstadgroep ten onrechte al zes maanden vastzitten. Jason W. en Ismail A. gooiden bij hun arrestatie in de Haagse Antheunisstraat een handgranaat naar het arrestatieteam, waardoor vier politiemensen gewond raakten.

Het OM beschuldigt alle verdachten van deelname aan een terroristische organisatie. Het netwerk had als oogmerk het plegen van aanslagen op overheidsdoelen in Nederland en op onder anderen de Tweede-Kamerleden Ayaan Hirsi Ali en Geert Wilders en burgemeester Cohen en wethouder Aboutaleb van Amsterdam.

De rechtbank in Rotterdam besloot ook dat de rechter-commissaris drie mensen van de AIVD moet horen. Het gaat onder meer om de baas van de AIVD Van Hulst en zijn plaatsvervanger Bot.

Het proces tegen de Hofstadgroep wordt op 27 juli voortgezet. De zaak wordt dan overigens nog niet inhoudelijk behandeld.