ARNHEM - Het gerechtshof in Arnhem heeft marinier Eric O. woensdag vrijgesproken, zoals de rechtbank eerder deed. De 44-jarige sergeant-majoor werd verdacht van het overtreden van de geweldsinstructies voor Nederlandse militairen in Irak waardoor volgens het Openbaar Ministerie (OM) in december 2003 een Irakees onnodig werd gedood.

Het OM had hiervoor zes maanden voorwaardelijke militaire detentie en 240 uur taakstraf geëist.

Het hof begon woensdagochtend met de mededeling dat de marinier vrijgesproken wordt. Toen de voorzitter van het gerechtshof de vrijspraak meedeelde, brak er een luid applaus los in de zaal. Eric O. omarmde zijn advocaat mr G.J. Knoops.

Onvoorbereid

Het gerechtshof deelde daarna een sneer uit naar het OM. Hoewel het OM volgens het hof in zijn recht stond vervolging in te stellen, heeft justitie de zaak in eerste instantie veel te zwaar ingezet, aldus het hof. Dat kwam mede doordat het OM "kennelijk onvoorbereid was hoe een dergelijk incident aan te pakken".

Overbelichting

Zo heeft de voorzitter van het college van procureurs-generaal, J. de Wijkerslooth, geen terughoudendheid in acht genomen over de zaak tijdens een interview in het televisieprogramma NOVA in januari in 2004. En dat had hij wel moeten doen, meende het hof. "Vanwege de geruchtmakende zaak had justitie rekening moeten houden met overbelichting, maar dat is hier niet gebeurd." Toch heeft dit geen nadeel opgeleverd voor de marinier, oordeelde het hof.

Ook stelde het hof dat het onderzoek van het OM naar het schietincident niet volledig is geweest. Zo is de Nederlandse bataljonscommandant in Irak, overste Oppelaar, nooit door het OM gehoord. Het was pas tijdens het hoger beroep dat hij op verzoek van de verdediging zijn verhaal kwam doen.

Ook onvolledig forensisch onderzoek op het lichaam van het Iraakse slachtoffer noemde het hof "een hiaat". Toch heeft het OM niet zulke steken laten vallen, dat vervolging niet op zijn plaats was.

Eenzijdig

Daarnaast heeft het OM volgens het hof de toepassing van de internationale regels rond de dienstvoorschriften voor militairen in het buitenland te eenzijdig uitgelegd, waardoor het OM een militair in feite juridische rugdekking heeft ontzegd. En dat terwijl deze juist ter bescherming van een militair zijn, aldus het hof.

Volgens het hof moet een militair in het veld weten waar hij aan toe is, wat hij wel en wat hij niet mag. Daarom moet het militaire strafrecht "robuust" zijn.

Hectische omstandigheden

Volgens het hof moest O. die dag opereren onder moeilijke en hectische omstandigheden. "O. was tijdens die opdracht de meest ervaren marinier en hoogste in rang, dus hij kon beoordelen of het gevaar van overlopen reëel was." Dat was vanuit het oogpunt van het beschermen van zijn eigen mensen "onaanvaardbaar", aldus het hof.

Ook was het van mening dat O. met het afvuren van de waarschuwingsschoten "binnen zijn bevoegdheden bleef en niet grof en aanmerkelijk onvoorzichtig heeft gehandeld, zoals het OM stelde".

Terechte vingerwijzing

De uitspraak van het gerechtshof is volgens de advocaat van Eric O., raadsman G.J. Knoops, een "volkomen terechte vingerwijzing" aan het adres van het OM. Knoops toonde zich blij en opgelucht over de vrijspraak voor zijn cliënt. Een mogelijke cassatie van het OM bij de Hoge Raad noemde Knoops een "onnodige verlenging van de lijdensweg van Eric O".

Volgens Knoops hebben de rechters justitie op meerdere punten terechtgewezen. "Het OM was onvoldoende voorbereid op een dergelijk incident, er was onvoldoende kennis over militaire zaken en het onderzoek is onvolledig geweest." Bovendien stelt het hof dat de militaire missie in Irak niet te vergelijken is met een politie-optreden in Nederland. "Dat deed het OM wel en dat was een volkomen verkeerd uitgangspunt", aldus Knoops.

Cassatie

Namens het OM liet pers-advocaat-generaal A. Welschen weten dat justitie nadenkt over een eventuele cassatie bij de Hoge Raad. Volgens hem wil justitie helderheid over de internationale geweldsinstructies, de zogenoemde rules of engagement (ROE's) en de daarvan afgeleide Nederlandse geweldsinstructies. Voor rechtbank en gerechtshof golden ook de ROE's als dienstvoorschrift voor de Nederlandse wet. Het OM vindt dat een "juridisch aspect dat voorgelegd zou kunnen worden aan de Hoge Raad", aldus Welschen.

Hij legde de kritiek van de rechters grotendeels naast zich neer. "De opmerkingen over procureur-generaal De Wijkerslooth laten wij maar voor rekening van het hof." Verder vindt het OM dat er binnen de organisatie wel degelijk voldoende kennis en begrip van de militaire situatie ter plekke is, aldus Welschen. "Het hof oordeelt achteraf, het OM moest indertijd direct handelen."