ROTTERDAM - Elke dag worden in Nederland gemiddeld twee mensen gegijzeld of ontvoerd. Het gaat om vrijheidsberovingen voor losgeld, het kidnappen van kinderen door één van de ouders of overvallen waarbij het personeel wordt opgesloten door de daders. Dit blijkt uit de Misdaadmeter van het Algemeen Dagblad.

De politie registreerde vorig jaar 842 ontvoeringen en vrijheidsbenemingen, een stijging van 6,5 procent ten opzichte van 2003. Het gros van de zaken krijgt geen of nauwelijks publiciteit.

Stichting Gestolen Kinderen

Zo zegt de Stichting Gestolen Kinderen dat jaarlijks circa 120 kinderen uit Nederland worden weggehaald. Het gaat vaak om Arabische vaders die hun kinderen meenemen naar hun geboorteland en vervolgens niet meer laten gaan.

Grote steden

Uit de cijfers blijkt dat bijna de helft van alle geregistreerde ontvoeringen hebben plaatsgevonden in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. Bij een deel gaat het om uit de hand gelopen zakelijke geschillen in het criminele milieu.

Het Nederlands Politie Instituut heeft geen eenduidige verklaring voor de stijging van het aantal incidenten. "Wat kan meespelen, is dat in familiaire sfeer veel gijzelingen voorkomen. Daarnaast besteden veel gemeenten en instanties de nodige aandacht aan dit soort geweld, waardoor het aantal aangiftes kan stijgen." Het AD baseert zich op de cijfers van de 25 politiekorpsen. Zaterdag verschijnt het complete jaarlijkse criminaliteitsoverzicht in de krant en op de website.

Kritiek

Het Algemeen Dagblad publiceert sinds enkele jaren elk jaar de zogenoemde misdaadmeter. Vorig jaar uitten twee statistisch onderzoekers van het Centraal Bureau voor de Statistiek, H. Eggen en E. Koeijers, kritiek op de berekeningsmethode waarop de meter is gebaseerd.

Ze noemden die ongeschikt voor het vergelijken van gemeenten onderling op het gebied van criminaliteitscijfers. Hiervoor is in de meter per gemeente en per delict een score berekend die het absolute aantal geregistreerde strafbare feiten herleidt tot een score per 10.000 inwoners.

"Toepassing van een eenvoudige en voor de hand liggende statistische rekentechniek leert echter dat minimaal driekwart van de uitkomsten de statistische rekentoets niet kan doorstaan", zo concludeerden Eggen en Koeijers.