DEN HAAG - Steeds minder kinderen wachten op een plaats in het speciaal basisonderwijs. In oktober stonden er nog maar 72 op een wachtlijst, een jaar eerder waren dat er nog meer dan driemaal zoveel. Dat blijkt uit cijfers van de Onderwijsinspectie die minister Van der Hoeven van Onderwijs dinsdag naar de Tweede Kamer stuurde.

Sinds vorig jaar moeten scholen voor speciaal basisonderwijs driemaal per jaar kinderen toelaten. Hierdoor staan minder kinderen langere tijd (meer dan drie maanden) op een wachtlijst. Voorheen nam het speciaal basisonderwijs alleen aan het begin van het schooljaar nieuwe leerlingen aan.

Zorgteams

Verder stelt de inspectie vast dat meer scholen zorgteams hebben die zich ontfermen over moeilijke leerlingen. Ook verdiepen steeds meer onderwijzers op reguliere scholen zich in de problemen van scholieren die achter dreigen te blijven. Hierdoor hoeven er minder naar speciale scholen.

Nog 26 leerlingen staan langer op een wachtlijst dan volgens de nieuwe regels zou mogen. Dit komt omdat de scholen waar zij heen zouden moeten vol zitten. De onderwijsinspectie kondigt aan samenwerkingsverbanden die zich toch niet aan de wet houden, in de gaten te houden.

Samenwerkingsverbanden

De voormalige scholen voor kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden (lom) en voor moeilijk lerende kinderen (mlk) vormen samen met reguliere basisscholen samenwerkingsverbanden. Het is de bedoeling dat kinderen die niet goed mee kunnen, zolang mogelijk op een normale school blijven. Willen ze overstappen naar een speciale school, dan moet een Permanente Commissie Leerlingenzorg daar toestemming voor geven. Ook de wachtlijsten voor dit onderzoek krimpen al jaren.