UTRECHT - De 23-jarige H.V. uit IJsselstein die drie dagen na de moord op Theo van Gogh een molotov-cocktail naar een moskee in zijn woonplaats gooide, is dinsdag door de politierechter in Utrecht veroordeeld tot vijf maanden gevangenisstraf waarvan drie voorwaardelijk.

De verdachte vertelde dat er die avond al eerder brand was geweest bij de moskee. Onder invloed van alcohol besloot hij het karwei zelf af te maken. Hij leende een snorfiets en vulde bij een tankstation een colafles met benzine. Hij probeerde al rijdend de benzinebom te gooien. De molotov-cocktail bleef op elf meter van de moskee op straat liggen. Daardoor ontstond er echter wel een grote brand waarbij het asfalt smolt.

Wegens die grote afstand tot de moskee was volgens officier van justitie J. Uitermark bedreiging van de bezoekers wel bewezen, maar brandstichting niet. De officier benadrukte dat de verdachte olie op het vuur heeft gegooid in een periode van grote spanningen in Nederland. Ze nam in haar eis ook mee dat de verdachte een excuusbrief geschreven heeft naar de imam. De officier eiste zeven weken cel, die de verdachte al in voorarrest heeft uitgezeten, vier maanden voorwaardelijk en 240 uur werkstraf.

Raadsman C. Starmans benadrukte dat zijn cliënt knullig en amateuristisch te werk was gegaan. Volgens Starmans heeft V. niet uit racistische motieven maar uit onwetendheid gehandeld. De raadsman wees erop dat de verdachte door de Marokkanen die hij in de gevangenis is tegengekomen al veel genuanceerder over deze bevolkingsgroep denkt.

De man die de brommer had uitgeleend, kreeg honderd uur werkstraf opgelegd.