ROTTERDAM - Het Openbaar Ministerie (OM) heeft dinsdag voor het eerst duidelijk gesteld dat de vermeende moordenaar van Theo van Gogh, Mohammed B., in zijn visie een leidinggevende rol had in het zogenoemde terreurnetwerk de Hofstadgroep. Dat wordt voor justitie een van de belangrijkste pijlers om aan te tonen dat de Hofstadgroep daadwerkelijk een terroristische organisatie is, zo bleek dinsdag uit een pro forma-zitting bij de Haagse rechtbank in de extra beveiligde rechtszaal in Rotterdam.

Bekijk video:
Modem/ Breedband

De moord op de filmmaker, de bijeenkomsten van radicalen in de woning van B. en het uitwisselen van materiaal dat oproept tot het doden van mensen uit radicaal islamitische motieven, tonen volgens aanklager K. Plooy het bestaan van deze terroristische organisatie aan.

Om het bestaan van de Hofstadgroep nog duidelijker aan te tonen wees Plooy ook op de mogelijke plannen voor het plegen van aanslagen in Nederland van terreurverdachte Samir A. De rechtbank in Rotterdam sprak die 18-jarige man hier overigens onlangs voor vrij. Justitie is hiertegen in beroep gegaan. Ook A. behoort in de visie van het OM tot de kern van de Hofstadgroep.

Zwaar geweld

Plooy benadrukte dat naast de moord op Van Gogh ook bij de aanhouding van de Hofstadverdachten Jason W.en Ismail A. duidelijk naar voren is gekomen dat deze groep zwaar geweld niet schuwt. Bij een poging op 10 november vorig jaar om dit tweetal in een woning in het Haagse Laakkwartier aan te houden, gooiden de verdachten een handgranaat naar het arrestatieteam. Daardoor raakten leden van dit team gewond.

Na een urenlange belegering wisten speciale antiterreureenheden de twee uiteindelijk toch in te rekenen. In de jassen van W. en A. vond de politie na hun arrestatie nog drie handgranaten. Volgens Plooy is het denken over moslimextremisme niet strafbaar. Maar een groep mensen gaat over de schreef als ze het oogmerk hebben om strafbare feiten te plegen. En dat is bij de Hofstadgroep inmiddels zeker duidelijk geworden, meent de aanklager.

Geschriften

Uit het onderzoek is gebleken dat bij meerdere verdachten geschriften zijn gevonden waarin het doden van mensen werd gepropageerd, onder meer bij Mohammed B. "Het geweld is ingebakken in de ideologie", concludeert Plooy. "Er is nergens een spoor te zien van een legale actie, zoals bijvoorbeeld het oprichten van een politieke partij." Het gaat "uitsluitend" om dodelijk geweld, het zaaien van angst en het ontwrichten van de samenleving, constateert hij.