DEN HAAG - De commando's en mariniers die zijn ingezet in de strijd tegen het terrorisme in het zuidoosten van Afghanistan, vallen onder het oorlogsrecht. Dat betekent dat zij gedurende de missie aanspraak kunnen maken op strafuitsluitingsgronden.

Minister Kamp van Defensie heeft vrijdag het kabinet op de hoogte gesteld van zijn besluit om artikel 71 van het Wetboek van Militaire Strafrecht op de missie van toepassing te verklaren. Het is voor het eerst in de recente geschiedenis van Nederland dat het artikel uit de kast is gehaald. Defensie zegt niet te hebben kunnen achterhalen, wanneer artikel 71 voor het laatst is gebruikt.

Erik O.

Het besluit, dat Kamp zelfstandig heeft genomen, komt op een moment dat het Openbaar Ministerie in hoger beroep opnieuw een veroordeling van de sergeant der mariniers Erik O. heeft geëist wegens een schietincident met dodelijke afloop in Irak. Volgens de brief die Kamp vrijdag aan de Tweede Kamer heeft gestuurd, is er vooraf wel overleg gevoerd met het OM over de vraag of er sprake is van 'een tijd van oorlog' in het zuidoosten van Afghanistan. Defensie kon echter niet zeggen of het OM zich volledig in het besluit kan vinden. Een woordvoerder van het OM zei dat het OM bij het overleg betrokken is geweest.

Gewapend conflict

De maatregel heeft niet tot gevolg dat Nederland in staat van oorlog wordt verklaard. Het gaat volgens Kamp om "een gewapend conflict" in Afghanistan waar sprake is van "tijd van oorlog".

De militairen hebben ook geen carte blanche tijdens hun operaties tegen terroristische cellen. De geweldsinstructie blijft van kracht. En als militairen zich niet aan hun bevoegdheden houden of het humanitair oorlogsrecht schenden, kunnen zij worden vervolgd. Zij riskeren dan tegelijkertijd een fiks hogere straf dan onder het regime van een vredesoperatie of een crisisbeheersingsoperatie.