AMSTERDAM - De gedragskundige observatie van Mohammed B., de vermoedelijke moordenaar van cineast Theo van Gogh, is afgerond. B. verblijft sinds een week niet meer in het Pieter Baan Centrum (PBC), de in Utrecht gevestigde observatiekliniek van justitie. Volgens zijn advocaat P. Plasman heeft B. tot het eind van het zeven weken durende onderzoek iedere medewerking geweigerd.

Op verzoek van het Openbaar Ministerie (OM) gelastte de rechtbank in Amsterdam in januari dat B. voor observatie naar het PBC moest. Officier van justitie F. van Straelen noemde het onderzoek "onontkoombaar". Ook de rechtbank vond de observatie noodzakelijk, gezien het extreem gewelddadige karakter van de moord en de koelbloedige manier waarop deze is gepleegd. Van Gogh werd geraakt door zeven kogels en werd de keel afgesneden. De dader liet twee messen in zijn lichaam achter.

Gevangenishospitaal

Volgens Plasman is B. overgebracht naar een huis van bewaring. Onduidelijk is welk. B. moest ook terug naar het gevangenishospitaal in Scheveningen, voor een controleonderzoek van zijn gebroken been. B. brak het been bij zijn arrestatie, toen hij daar werd geraakt door een politiekogel. Voordat hij getroffen en aldus uitgeschakeld werd, schoot hij ettelijke malen op de politie. Bij de beschieting van Van Gogh werden tevens twee omstanders geraakt. Tijdens zijn eerste verschijning in het openbaar, op de terechtzitting op 13 april, bewoog B. zich voort op krukken.

De weigering tot medewerking aan het PBC-onderzoek hoeft in beginsel geen gevolgen te hebben voor de rapportage die de deskundigen van de kliniek zullen opmaken. Het PBC heeft vaker te maken met weigeraars. Volgens het PBC levert klinische observatie meestal genoeg informatie op voor een volledig rapport. Ook put het PBC uit andere bronnen, waaronder stukken uit het strafdossier. Het PBC-onderzoek moet vaststellen in welke mate het misdrijf B. kan worden toegerekend.

B. heeft te kennen gegeven dat hij zich op geen enkele manier wil beroepen op een verminderde toerekenbaarheid. Hij wil "volledig verantwoordelijk" gehouden worden voor zijn handelen op 2 november. De zaak tegen B. zal op 11 en 12 juli inhoudelijk worden behandeld.