OKLAHOMA CITY - In de Verenigde Staten wordt dinsdag de bloedige aanslag in Oklahoma City herdacht, die precies tien jaar geleden aan 168 mensen het leven kostte. Het was destijds de grootste aanslag ooit op Amerikaanse bodem. De dader, Timothy McVeigh, werd werd op 11 juni 2001 terechtgesteld.

McVeigh liet op de ochtend van 19 april 1995 een bestelbusje vol explosieven ontploffen voor een federaal overheidsgebouw in Oklahoma City. 168 mensen overleefden de aanslag niet. Onder hen waren 19 kinderen. In het gebouw was ook een kinderdagverblijf gevestigd. Ruim 500 mensen raakten gewond.

De toen 27-jarige Golfoorlogveteraan verklaarde tijdens zijn proces in het belang van het Amerikaanse volk te hebben gehandeld. Hij hield zich op in neonazistische kringen in de VS. Zijn medeplichtige Terry Nichols, die de explosieven leverde, is veroordeeld tot levenslang, zonder kans op vervroegde vrijlating.

Terreurorganisaties

De Amerikaanse nieuwszender ABC berichtte maandag dat de autoriteiten nog altijd 22 binnelandse terreurorganisaties in de gaten houden die sympathiseren met McVeigh. Het station baseerde zich op een geheim rapport van de federale recherchedienst FBI, waarin het inzage heeft gehad.

Het zou onder meer gaan om de neonazistische organisaties Aryan Nations en de Nationale Alliantie. Tegen leden van deze bewegingen lopen onderzoeken voor onder meer haatmisdrijven, aanslagen met brandbommen, bedreigingen, berovingen en moorden.

De leider van Aryan Nations, James Wickstrom, heeft zichzelf verklaard tot vijand van de Amerikaanse regering. Bij verscheidene gelegenheden heeft hij opgeroepen tot de moord op president George Bush en andere bewindslieden. Ook joden en leden van etnische minderheden zijn het mikpunt van zijn haat.

Federale functionarissen wijzen erop dat de oproepen van Wickstrom tot geweld sterke gelijkenissen vertonen op die van Osama bin Laden, het vermeende brein achter de aanslagen in New York en Washington op 11 september 2001. Die kostten aan bijna 3000 mensen het leven.