ARNHEM - Het Openbaar Ministerie heeft vrijdag in hoger beroep een gevangenisstraf van vijftien jaar geëist tegen de 59-jarige P. K. uit Nijmegen voor de moord op afvalverwerker Jan Burgers uit Weurt.

Volgens advocaat-generaal I. Gonzales heeft K. op 18 september 2003 de afvalverwerker doodgeschoten omdat hij een zakelijk conflict met hem had over de verkoop van een stuk grond. De rechtbank in Arnhem veroordeelde K. in juli 2004 tot vijftien jaar cel. K. ging hiertegen in beroep omdat hij volhoudt onschuldig te zijn.

Betaling

K., die vrijwel failliet was, had nog drie ton tegoed van Burgers vanwege een onroerendgoedtransactie. Hij had Burgers al diverse malen verzocht om betaling. Die bewuste dag zouden beiden op het kantoor van Burgers een gesprek voeren over de achterstallige drie ton. Het gesprek verliep rustig en beide mannen verlieten gezamenlijk het pand. Plotseling hoorden getuigen schoten en troffen even later de neergeschoten Burgers aan. Hij bleek van dichtbij door hoofd en nek te zijn geschoten.

Ophef

De dood van Jan Burgers zorgde voor veel ophef. De afvalverwerker kreeg eind jaren negentig landelijke bekendheid toen hij burgemeester Zijlmans van Beuningen voor de rechter sleepte wegens wederrechtelijke vrijheidsberoving. Zijlmans zou er ten onrechte op hebben aangestuurd dat Burgers psychiatrisch zou worden opgenomen. Zijlmans werd uiteindelijk vrijgesproken.

Herinneringen

K. ontkent dat hij de schutter is. Tijdens een reconstructie vorig jaar zei hij zich opeens te herinneren dat een onbekende man de moord had gepleegd. Twee deskundigen zeiden dat de kans groot was dat K. zijn hervonden herinneringen simuleerde. Een nieuwe deskundige voerde vrijdag echter aan dat hij geen overtuigende bewijzen van simulatie heeft gevonden. Ook twijfelde hij of K. slim genoeg was om zo'n verhaal te verzinnen. Maar de aanklager wees het verhaal van de onbekende schutter naar het rijk der fabelen.

Sporenonderzoek

Volgens het OM komt dit verhaal totaal niet overeen met sporenonderzoek van het NFI (Nederlands Forensisch Instituut) . Bovendien heeft niemand op het bewuste tijdstip een onbekend persoon gezien. K.'s advocaat Kuijpers voerde aan dat er geen enkel direct bewijs is. Burgers was vlak voor zijn dood nog bedreigd. En K. was volgens hem zeker niet ten einde raad, want hij had met zijn boekhouder afgesproken dat als het gesprek met Burgers niets zou opleveren hij dan een advocaat in de arm zou nemen.

Uitspraak 29 april.