UTRECHT - Samir A. is weer vrijgelaten. Dat liet zijn advocaat V. Koppe woensdagavond weten. Eerder op de dag werd hij in Rotterdam aangehouden. Hij werd gearresteerd wegens mishandeling van een fotograaf.

Samir A. werd vorige week woensdag vrijgelaten uit het huis van bewaring in Nieuwegein, waar hij in voorarrest zat. Daar wachtte een aantal journalisten hem op. Hij liet zich door bekenden begeleiden naar een rode bestelbus. Zowel A. als zijn begeleiders moesten niets hebben van de persbelangstelling en dat leidde tot een handgemeen.

Fotograaf

De vrijgesproken man duwde direct een cameraman weg en sloeg even later een fotograaf van De Telegraaf tegen de grond. Deze fotograaf deed aangifte van mishandeling.

De fotograaf, O. Flos, liep met A. mee het parkeerterrein van het huis van bewaring op. "Hij schold en riep: 'Rot op, moet je een klap voor je kop?', waarop ik zei: 'Dat moet je doen'. Voor ik het wist lag ik op de grond." Flos zegt dat ook één van A.'s vrienden hem nog een klap of schop gaf.

Verklaring

Volgens het openbaar ministerie in Utrecht is A. woensdag in het arrondissement Utrecht verhoord. Hij heeft een verklaring afgelegd, maar over de inhoud daarvan wil de persofficier in Utrecht niets kwijt.

A. wordt mogelijk vervolgd voor het delict eenvoudige mishandeling of openlijke geweldpleging, waar een maximale gevangenisstraf op staat van twee jaar. Op basis daarvan kon hij niet in verzekering worden gesteld. Over circa vier weken hoopt het OM dat duidelijk is hoe de zaak tegen A. wordt afgedaan. Dat kan zijn met een boete, een alternatieve straf of een veroordeling door de politierechter.

Aanslagen

De rechtbank in Rotterdam sprak de 18-jarige A. vorige week vrij van het beramen van aanslagen in Nederland. Het Openbaar Ministerie (OM) eiste twee weken geleden nog zeven jaar cel tegen hem.

Het OM vervolgde A. uiteindelijk voor het voorbereiden van aanslagen op onder meer de Tweede Kamer, de kerncentrale in Borssele, Schiphol, het ministerie van Defensie en het gebouw van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) in Leidschendam. De rechtbank vindt dat het OM dat onvoldoende heeft kunnen bewijzen.

Geweld

Volgens de rechtbank blijkt uit A.'s eerdere reis naar Tsjetsjenië en uit bij hem thuis aangetroffen videobanden een "bovengemiddelde belangstelling voor religieus extremistisch geweld". Maar dat is nog geen concreet bewijs dat hij aanslagen voorbereidde. Het moet dan gaan om meer dan intenties en daarvoor moet het dicht tegen uitvoering aanzitten, meent de rechtbank. A. had ook niet de juiste spullen in huis om aanslagen voor te bereiden, vond de rechtbank.

Het OM is het niet eens met de rechtbank en is inmiddels in hoger beroep tegen de uitspraak gegaan.