UTRECHT - Bijna een op de drie jongeren maakt gebruik van een vervalst of geleend legitimatiebewijs om een uitgaansgelegenheid binnen te komen. Een kleiner aantal, 14 procent, doet dit om alcohol te kopen. Dat blijkt uit een onderzoek van de Stichting Alcoholpreventie (STAP) onder 820 middelbare scholieren van 12 tot en met 17 jaar.

Uit het onderzoek, dat donderdag is gepubliceerd, komt naar voren dat de jongeren meestal een kopie van een identiteitsbewijs gebruiken waarop gegevens zijn veranderd. Een andere manier is het lenen een legitimatiekaart van een oudere kennis.

Er zijn geen significante verschillen gevonden tussen jongens en meisjes. De meeste horecagelegenheden hanteren bij de deur leeftijdsgrenzen tussen 16 en 18 jaar. Ruim de helft (54 procent) van de ondervraagde jongeren zegt dat het makkelijk is om binnen te komen, hoewel ze minderjarig zijn. Ongeveer driekwart zegt bovendien dat het niet moeilijk is voor iemand onder de zestien om alcohol te kopen.

Legitimatieplicht

Vrijwel alle jongens en meisjes die aan het onderzoek hebben meegedaan, zijn op de hoogte van de legitimatieplicht vanaf 14 jaar, die op 1 januari is ingevoerd. Toch zegt slechts 45 procent altijd een identiteitsbewijs bij zich te hebben. 39 procent heeft het niet altijd bij zich en de rest is nog onder de 14 jaar.

Redenen om geen bewijs mee te nemen, zijn dat ze het vergeten, bang zijn om het kwijt te raken, het onhandig vinden om mee te nemen of het niet eens zijn met de legitimatieplicht.