DEN HAAG - Zo snel mogelijk moet er een centraal meldpunt komen voor deinternationale ontvoering van kinderen. "Een meldpunt dat wordt gefinancierd met overheidssubsidie waardoor het in het buitenland meer status krijgt. En dat is niet wat minister Donner van Justitie voorstelt", zegt E. Kalsbeek, woordvoerster van de stichting Gestolen Kinderen.

Zij reageert hiermee op de brief die Donner dinsdag aan de Tweede Kamer stuurde over het onderwerp. Donderdag praten Kamerleden van de vaste Kamercommissie van Justitie en Buitenlandse Zaken met vertegenwoordigers van belangenorganisaties en andere deskundigen op het gebied van kinderontvoeringen.

Jaarlijks worden bij de Stichting Kinderontvoering 120 ontvoeringen gemeld. Het betreft meestal kinderen uit een internationaal huwelijk die door een van de ouders wordt meegenomen naar het land van herkomst, zonder toestemming van de ander. Ongeveer 90 procent van de kinderen wordt meegenomen naar Arabische landen. Volgens Kalsbeek is dit getal nog maar het topje van de ijsberg. "We hebben weinig inzicht in wat er in de Blijf-van-mijn-lijfhuizen gebeurt."

De Stichting Kinderontvoering houdt zich actief bezig met het terughalen van ontvoerde kinderen. Naast een ploeg van 'ervaringsdeskundigen', moeders die met een ontvoering te maken hebben gehad en lotgenoten ondersteunen, kan de stichting een beroep doen op zeventien mensen die gespecialiseerd zijn in het terughalen van kinderen, zo vertelt voorzitter J. Smits. De afgelopen vier jaar heeft de stichting, die drijft op giften en donaties, veertien kinderen en een volwassene teruggehaald naar Nederland.

Volgens Kalsbeek zitten momenteel 73 vrouwen en 102 kinderen in Nederland en het buitenland ondergedoken, omdat zij een ontvoering vrezen. Voor hen zijn totaal geen voorzieningen geregeld. En als het aan minister Donner ligt, komt er geen schadefonds voor slachtoffers van kinderontvoering, zoals de belangenorganisaties hadden voorgesteld.

Overheidssubsidie

Net als de stichting Kinderontvoering, krijgt ook de stichting Gestolen Kinderen geen overheidssubsidie. Het centraal coördinatiepunt dat Kalsbeek wil, is in oprichting, zo blijkt uit de brief van Donner. Het is het zogenoemde Internationaal Kinderontvoering Centrum (IKOC). Hij heeft het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatie Centrum (WODC) opdracht gegeven onderzoek te doen naar alle aspecten rond internationale kinderontvoering. Dat moet in het najaar klaar zijn, waarna de minister besluit of het IKOC subsidie krijgt.

Juist dat is Kalsbeek een doorn in het oog. "Het duurt allemaal zo lang, zo blijven we in Nederland achter de feiten aanlopen." Dit zal een van de punten zijn die ze donderdag in het gesprek met de Kamerleden naar voren zal brengen.

Ook Smits vindt de voorstellen van Donner niet ver genoeg gaan. Hij vindt dat dreiging en poging tot ontvoering duidelijker strafbaar moet worden gemaakt in het Wetboek van Strafrecht. Ook meent hij dat het Haags Kinderontvoeringsverdrag uit 1980 toe is aan herziening. Bovendien zijn de Arabische landen waar de meeste kinderen mee naar toe worden genomen, niet aangesloten bij dat verdrag.

Het uitgangspunt van de overheid is om geen bilaterale verdragen te sluiten met niet-verdragslanden. Volgens Donner is Egypte het meest problematische niet-verdragsland. De Nederlandse ambassade is actief op zoek naar praktische oplossingen voor de problematiek van kinderontvoering. Hij schrijft aan de Kamer dat dit initiatief wordt uitgebreid door juridische deskundigen in de mediterrane regio vertrouwd te maken met de oplossingen van het Haags Kinderontvoeringsverdrag.