ARNHEM - Marinier Eric O. wil tijdens zijn zaak voor het gerechtshof in Arnhem geen vragen van het Openbaar Ministerie beantwoorden. Dat zei hij woensdagochtend bij aanvang van de zitting. "Het OM trekt mijn verklaringen die ik heb afgelegd voor de rechtbank sterk in twijfel en ik ben voor leugenaar uitgemaakt", zo zei O.

Het OM heeft dat volgens O. gedaan in de toelichting waarin het heeft aangegeven waarom het in hoger beroep is gegaan. O. neemt het justitie zeer kwalijk dat het niet alleen hem heeft aangevallen, maar ook zijn collega's. Ook staat in de toelichting te lezen dat O. tijdens de behandeling voor de rechtbank getuigen zou hebben beïnvloed. "Het lijkt wel of het OM bij een andere zaak aanwezig is geweest", stelde O. met trillende stem. Wel gaf hij aan vragen van het gerechtshof te willen beantwoorden.

Advocaat-generaal J. Wiarda noemde de overweging van het OM om in hoger beroep te gaan een zeer weloverwogen beslissing. "Het gaat het OM niet om het willen winnen van een prestigestrijd. Dat is een onaanvaardbaar stempel dat op deze zaak lijkt gedrukt", aldus de aanklager.

O. staat terecht voor het overtreden van geweldsinstructies voor Nederlandse militairen in Irak. Volgens het OM heeft de sergeant-majoor op 27 december 2003 te vroeg een waarschuwingsschot gelost, waardoor een Iraakse burger werd gedood. De rechtbank sprak O. vrij, na een eis van zes maanden voorwaardelijke militaire detentie en een taakstraf van 240 uur.

Wiarda zei na het verhoor van O. over de gebeurtenissen in Irak door het hof, dat hij het besluit van de verdachte om geen vragen te beantwoorden, betreurt. Temeer omdat hij nu met aanvullende vragen blijft zitten. Ook de voorzitter van het hof, R. van den Heuvel, sprak zijn teleurstelling uit, maar zei er tegelijkertijd bij dat O. het volste recht daartoe heeft. "En dat u geen vrienden bent van het OM, is goed te volgen", zei de voorzitter.

De raadsman van O., G.J. Knoops, voegde daar nog aan toe dat het standpunt van de majoor niet is ingegeven door disrespect voor het OM en de andere procesdeelnemers, maar uit het feit dat het OM maanden geleden zijn standpunt al heeft bepaald. "Mijn cliënt heeft niet het gevoel gekregen dat het OM met open vizier strijdt en aan waarheidsvinding doet. Wat heeft het dan voor zin om vragen te beantwoorden?"