ROTTERDAM - De Nationale Recherche heeft vrijdag in Rotterdam een 62-jarige Nederlander aangehouden die wordt verdacht van betrokkenheid bij wapenleveranties aan Liberia. Dat liet het landelijk parket van het Openbaar Ministerie (OM) maandag weten. Ook wordt de man verdacht van betrokkenheid bij oorlogsmisdaden in dat land.

De verdachte was eigenaar van een houtkapbedrijf in Liberia. De verdenkingen tegen de man ontstonden naar aanleiding van onderzoek door de Verenigde Naties en de Engelse organisatie Global Witness, die zich bezig houdt met relaties tussen de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen en de schending van mensenrechten. Volgens de website van deze organisatie gaat het om de Nederlander G. van K..

Getuigen

De haven van Buchanan, ten zuidoosten van de hoofdstad Monrovia, zou onder controle hebben gestaan van de Nederlander en diens houtkapbedrijf. Via deze haven zouden illegale wapenzendingen het land bereiken. Verschillende getuigen legden bij de Nationale Recherche verklaringen af over wapenleveranties en de betrokkenheid daarbij van de Nederlander in de jaren 2001, 2002 en 2003.

In die periode golden door de VN opgelegde sanctieregelingen in verband met de daar heersende burgeroorlog tussen rebellengroepen en regeringsmilities van de toenmalige president Taylor. Eind 2003 kwam er formeel een einde aan die burgeroorlog die veertien jaar duurde. President Taylor ging in ballingschap in Nigeria.

Slachtingen

Verklaringen van getuigen waren bovendien aanleiding om onderzoek in te stellen naar mogelijke betrokkenheid van de Nederlander bij oorlogsmisdrijven. "Milities van houtbedrijven van de Nederlander zouden hebben deelgenomen aan slachtingen onder de burgerbevolking waarbij niets of niemand, ook geen baby's, gespaard mocht worden", aldus het OM. "De wapens waarmee deze milities oorlogsmisdrijven pleegden, zouden zijn geleverd door de Nederlander."

De Verenigde Naties stelden in december 2000 dat de Nederlander verantwoordelijk was voor de logistiek van wapenleveranties aan de toenmalige president Charles Taylor. Volgens de VN was de Nederlander een vertrouweling van de Liberiaanse president. De VN legden de vermeende wapenhandelaar een reisverbod op.

Onder leiding van het Landelijk Parket begon de Nationale Recherche in samenwerking met de FIOD-ECD in februari 2004 een onderzoek. Het rechercheteam werkte nauw samen met het Office central pour la repression du traffic des armes, explosifs et des materieres sensibles in Frankrijk. Vermoedelijk verbleef de Nederlander al langere tijd in Parijs. Zowel in Rotterdam als in Parijs is vrijdag een woning doorzocht.

De man wordt verdacht van overtreding van de Sanctieregeling Liberia, strafbaar gesteld bij de Wet Economische Delicten, en van overtreding van de Wet Oorlogsstrafrecht. Hij is maandag voorgeleid aan de rechter-commissaris in Den Haag.