De drie linkse oppositiepartijen GroenLinks, SP en PvdA hebben woensdag in het debat over de regeringsverklaring de kabinetsmaatregelen om de dividendbelasting af te schaffen en de winstbelasting te verlagen hard afgekraakt.

PvdA-leider Lodewijk Asscher verwijt Sybrand Buma (CDA) zich te hebben laten chanteren door de werkgeverslobby van VNO-NCW.

Volgens Buma zijn de maatregelen nodig, omdat de multinationals anders kunnen vertrekken naar het buitenland en daar gaan veel banen mee verloren. Harde bewijzen voor deze stelling heeft hij echter niet.  "Dit is een inschatting", aldus Buma, "Je moet inschattingen durven maken."

Buma moet erkennen dat de maatregelen niet garanderen dat de bedrijven door de afschaffing van de dividendbelasting ook daadwerkelijk zullen blijven of banen zullen opleveren.

Wall Street

De kosten van de plannen zijn niet mals voor de schatkist. Het afschaffen van de dividendbelasting kost 1,4 miljard euro en de afschaffing van de winstbelasting 3,3 miljard euro.

De drie linkse partijen omschrijven de maatregelen als een "cadeau voor de buitenlandse beleggers van Wall Street". Zij vinden het onacceptabel dat het lage btw-tarief verhoogd wordt, terwijl de lasten voor het bedrijfsleven verlaagd worden.

Lobby

GroenLinks-leider Jesse Klaver vindt het vreemd dat de maatregel er komt, omdat VVD, CDA, D66 en ChristenUnie het niet in hun verkiezingsprogramma hadden opgenomen.

Onlangs is gebleken dat het verzoek is gekomen van de werkgeverslobby VNO-NCW. Volgens Klaver kan die 1,4 miljard euro, die naar buitenlandse aandeelhouders gaat, beter geïnvesteerd kan worden in Nederlandse de publieke sector. 

Volgens Lodewijk Asscher (PvdA) heeft Buma zich laten chanteren door VNO-NCW. "Er is geen bewijs dat bedrijven zullen verdwijnen." Wat volgens de PvdA’er wel zeker is, is dat de wijkverpleging geld nodig heeft, dat de leraren geld nodig hebben, dat de politie meer geld nodig heeft, en dat niet krijgen. Asscher: “Uw inschatting is arbitrair. Hij is duur en en niet rechtvaardig.”

Samenwerking

De Tweede Kamer debatteert woensdag en donderdag over de regeringsverklaring van het kabinet-Rutte III. In de verklaring zet de premier de doelen en het beleid voor de komende vier jaar uiteen.

Minister-president Mark Rutte waarschuwde ervoor dat dit kabinet niet zomaar geld zal uitgeven, ook niet nu de economie weer aantrekt. 

"Het gaat economisch goed met ons land. Dat is een mooi vertrekpunt, maar ons land is nooit af", zei de premier. Het kabinet zegt rekening te moeten houden met toekomstige generaties en niet zomaar geld kan uitgeven. Zo zullen de kosten van de zorg en sociale voorzieningen in de toekomst toenemen. "Wie iets verder vooruit kijkt, ziet geen gespreid bedje en al helemaal geen reden om achterover te leunen", zei Rutte.

Wel beloofde het kabinet dat iedereen er in koopkracht op vooruit zal gaan. Volgens het Nibud klopt dat niet helemaal. Voor 5 procent van de huishoudens verslechtert de koopkracht met maximaal 2 procent.

Hard en fel

Rutte herhaalde dat hij de komende jaren stevige oppositie verwacht, maar hoopt ook op een constructieve houding. "Het debat in dit huis en in de Eerste Kamer zal op momenten hard en fel zijn. Dat hoort ook zo want hier bevechten we elkaar op ideeën", zei Rutte. 

"Maar wat zou het mij veel waard zijn als we er de komende periode met elkaar blijk van kunnen geven dat we de urgentie van deze tijd snappen. Dat we snappen dat van ons niet alleen strijd, maar ook oplossingen worden gevraagd."