DEN HAAG - Politie en justitie mogen blijven doorgaan met het tappen van telefoongesprekken tussen advocaten en hun cliënten. De rechter in Den Haag bepaalde dinsdag dat zulke gesprekken niet per definitie onder het verschoningsrecht vallen. De Nederlandse Vereniging van Strafrecht Advocaten (NVSA) had een kort geding aangespannen over de kwestie.

Het Openbaar Ministerie (OM) moet van opgenomen gesprekken bepalen of er informatie in voorkomt die onder het beroepsgeheim van advocaten valt. Die specifieke informatie mag vervolgens niet in het strafproces gebruikt worden.

De Nederlandse wet is op dat punt niet in strijd met de mensenrechten, oordeelt de rechter, en hoeft niet veranderd te worden. Verdachten hebben recht op vertrouwelijke communicatie met hun advocaat, zonder dat ze bang hoeven zijn voor openbaarmaking daarvan.

Gesprekken

De strafrechtadvocaten spanden het geding aan omdat zij van mening zijn dat het OM structureel, en niet af en toe, fouten maakt. Niet alleen vinden zij het onrechtmatig dat gesprekken met cliënten worden opgenomen en afgeluisterd, maar ze menen ook dat deze informatie verwerkt en bewaard wordt.

Enkele advocaten stellen dat politie en justitie informatie die als 'geheimhoudersgesprekken' gezien zou moeten worden, gebruiken om onderzoeken te sturen. In de wet staat dat het OM dergelijke communicatie 'terstond' moet laten vernietigen.

Volgens de kortgedingrechter heeft de NVSA echter niet hard kunnen maken dat deze misstanden structureel voorkomen. Ook de zaak tegen twee personen die ervan verdacht worden in juni 2003 een gasexplosie te hebben veroorzaakt in Den Haag, toont dat volgens de rechter niet aan.

In die zaak doken veertien gesprekken tussen advocaten en cliënten op die, volgens justitie per ongeluk, ongeveer een jaar te lang waren bewaard.