WENEN - Pakistan laat geen onderdelen van gebruikte centrifuges testen door het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA). Het ministerie van Buitenlandse Zaken in Islamabad sprak maandag meldingen tegen dat er een overeenkomst met het IAEA zou zijn. De woordvoerder van het Pakistaanse ministerie sprak over volkomen ongegronde en speculatieve berichtgeving.

Media meldden zondag dat een westerse diplomaat bij het IAEA had gezegd dat Pakistan bereid was zijn centrifuges te laten testen. De atoomwaakhond van de Verenigde Naties hoopte zo te achterhalen of de besmetting met hoogverrijkt uranium die op Iraans materiaal is aangetroffen, inderdaad afkomstig is uit Pakistan, zoals Teheran zegt.

Het IAEA ontdekte eind vorig jaar sporen van hoogverrijkt uranium, dat onder meer gebruikt kan worden voor kernwapens, bij een elektriciteitscentrale in Iran. Begin juni werd opnieuw hoogwaardig uranium gevonden bij een andere nucleaire installatie.

Volgens Teheran is het besmette materiaal geïmporteerd uit Pakistan en is dat land ook de bron van de besmetting. De Verenigde Staten zagen de vondst van hoogverrijkt uranium als bewijs dat Iran er een geheim kernwapenprogramma op na houdt. Teheran spreekt dit ten stelligste tegen en zegt dat zijn nucleaire programma alleen is bedoeld om energie op te wekken voor civiele toepassing.