BAGDAD - In de weken na de val van Bagdad in april 2003 zijn de Iraakse wapenfabrieken systematisch geplunderd. Volgens de Iraakse onderminister van Industrie, Sami al-Araji, zijn er tonnen materieel weggehaald, waaronder ook apparatuur waarmee onderdelen voor kernwapens gemaakt zouden kunnen worden.

In een vraaggesprek met The New York Times zondag rept de Iraakse functionaris van een goed georganiseerde operatie, die relatief ongehinderd kon plaatshebben omdat de coalitietroepen de productieplaatsen niet of nauwelijks bewaakten. "Ze kwamen met kranen en trucks en ze haalden alles weg", zo zegt hij.

Geen idee

De Verenigde Naties meldden kortgeleden al na dat er kort na de val van het regime van president Saddam Hussein zeker op negentig belangrijke plaatsen is geplunderd. Het ging vooral om militaire en industrieterreinen. Araji zegt geen idee te hebben waar het geroofde materieel is gebleven.

Plannen

Hij acht het overigens waarschijnlijk dat de plunderaars het gestolen materieel eerder ten gelde wilden maken, dan dat er concrete plannen waren voor het maken van wapens.

Massavernietigingswapens

De vermeende dreiging van het Iraakse wapenprogramma was voor Washington en Londen de belangrijkste aanleiding om Irak binnen te vallen. Er bestond vooral vrees voor Saddams massavernietigingswapens, maar die zijn tot dusver nergens in Irak gevonden.