DEN HAAG - De zorg voor ernstig verstandelijk gehandicapten is onvoldoende. Het werk wordt met veel inzet gedaan, maar hulpverleners bieden niet de specialistische zorg waaraan de gehandicapten behoefte hebben. Dat blijkt uit een donderdag verschenen rapport van Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ).

Vooral aan psychiaters is een tekort. Psychiaters hebben bovendien weinig ervaring met de gehandicaptenzorg. Verder is er weinig overleg tussen psychiaters en de dagelijkse begeleiders.

Nederland telt ongeveer 30.000 mensen in een instelling voor verstandelijk gehandicapten. De meesten hebben een ernstig verstandelijke handicap. Een op de vijf lijdt aan zware gedragsstoornissen, die zich soms uiten in heftige agressie of zelfverwonding.

Psychofarmaca

De behandeling van deze gedragsstoornissen gebeurt voornamelijk met psychofarmaca. Vier op de tien krijgen deze middelen. De instellingen verschillen sterk in het voorschrijven van psychofarmaca. Ook gebruiken de instellingen verschillende definities om de ernst van een gedragsstoornis te bepalen.

Communicatie

De inspectie vindt dat de verschillende beroepsgroepen beter met elkaar moeten communiceren. Verder is meer onderzoek nodig naar de behandeling van complexe gedragsstoornissen. Veel ernstig verstandelijk gehandicapten wonen in instellingen die zijn ingericht voor grote groepen. Dat bevordert de goede zorg niet. In kleinschalige instellingen zijn de gedragsstoornissen beter te behandelen.

Personeel

De Nederlandse Vereniging van Artsen voor Verstandelijk Gehandicapten (NVAG) onderschrijft de kritiek van de inspectie. Ook de artsen wijten de ondermaatse zorg aan een tekort aan gekwalificeerd personeel, zowel psychiaters als artsen. Ook schort het aan geschikte huisvesting.

De artsen zeggen vorig jaar al begonnen te zijn met het bundelen van kennis over psychiatrische problemen van verstandelijk gehandicapten.