De nazorg voor gedetineerden die vrijkomen laat veel te wensen over. Dit komt door gebrekkige samenwerking tussen gevangenissen, gemeenten en reclassering, meldt de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) woensdag.

De nazorg is bedoeld om te voorkomen dat gedetineerden na hun vrijlating weer in de fout gaan. Die kans is kleiner als ze een identiteitsbewijs, onderdak, inkomen, zorg en zo nodig hulp bij het aanpakken van hun schulden krijgen.

Maar dat gaat volgens het onderzoek van de RSJ vaak mis, bijvoorbeeld omdat gemeenten niet of te laat te horen krijgen dat een gedetineerde vrijkomt. Meer dan de helft van de gedetineerden krijgt überhaupt geen hulp bij terugkeer in de samenleving, aldus de raad. 

Zij zitten te kort vast om aan hun re-integratie te kunnen werken. Maar die kortgestraften hebben dezelfde problemen als gedetineerden die langer moeten zitten en vervallen minstens even vaak in oude fouten. De raad zou mede daarom het liefst zien dat er minder vaak korte celstraffen worden uitgedeeld.

Wet

Minister Stef Blok van Veiligheid en Justitie wil onder meer de wet zo wijzigen dat gevangenissen gemeenten beter kunnen inlichten over vrijlatingen, schrijft hij in antwoord op de adviezen van de RSJ. Hij onderzoekt of ze voortaan ook andere informatie kunnen delen, zodat gemeenten beter weten wat een ex-gedetineerde nodig heeft.

Ieder jaar worden ongeveer 35.000 gedetineerden uit de gevangenis ontslagen.