WILHELMSHAVEN - Het zeehondenvirus in de noord- en west-Europese wateren is mogelijk veroorzaakt door nertsen, die het virus hebben verspreid. Het is onwaarschijnlijk dat het virus de afgelopen jaren steeds aanwezig is geweest bij zeehonden, blijkt uit onderzoek door dierenarts A. Bergman van het Zweedse Museum of Natural History in Stockholm.

Aanvankelijk werd gedacht dat het phocine distemper virus al jaren onder de zeehonden aanwezig was maar dat het pas onlangs tot ziekte heeft geleid. Bij steekproeven bij verschillende zeehonden de afgelopen jaren heeft Bergman het virus echter nooit gevonden. Hij verzamelt nu nertsen om te kijken of die het virus meedragen. Het is volgens de onderzoeker goed mogelijk dat zeehonden met de zieke nertsen hebben gespeeld en daarbij het virus hebben opgelopen.

Het secretariaat van de Waddenlanden heeft inmiddels 249 dode en zieke zeehonden geregistreerd in het Nederlandse deel van de Waddenzee en de Noordzee. In totaal zijn er ongeveer 6660 zeehonden omgekomen door het virus, dat ook heerst in het Kattegat, het Skagerrak en het noordelijk deel van de Wadden- en Noordzee.