DEN HAAG - Nederlandse deelname aan operaties in de internationale strijd tegen het terrorisme valt volgens de regering nog steeds onder artikel 97 van de Grondwet. Het gaat, zo meent het kabinet, nog steeds om zelfverdediging, en dan heeft het landsbestuur niet de plicht om de Tweede Kamer over uitzendingen in te lichten.

Volgens minister Bot van Buitenlandse Zaken valt de operatie Enduring Freedom nog steeds onder artikel 5 van het NAVO-verdrag. Dat stelt dat een aanval op een van de bondgenoten, een aanval op alle leden van de alliantie is. En, zo gaat Bot verder, artikel 5 wordt weer gelegitimeerd door artikel 51 van het handvest van de Verenigde Naties, dat het recht op zelfverdediging regelt.

Strijd

De minister praat dan over de Nederlandse deelname aan Enduring Freedom, de door de VS geleide operatie tegen het internationale terrorisme, naar aanleiding van de aanslagen in New York en Washington op 11 september 2001. De regering wil nu voor het eerst grondtroepen leveren voor deze strijd. Een eenheid van 250 man staat klaar om in het zuiden en oosten van Afghanistan de coalitietroepen van Enduring Freedom bij te staan in het opruimen van de laatste haarden van verzet in het land.

Huiverig

In de Tweede Kamer groeit echter de wens om de Nederlandse deelname aan Enduring Freedom een andere rechtsbasis te geven. Een fors deel van de Kamer, onder aanvoering van PvdA, GroenLinks, SP, maar ook D66, is huiverig voor een geheime oorlog waar maar geen einde aan komt. Zij vragen zich af of de Nederlandse deelname niet beter gebaseerd kan worden op de verdediging van de internationale rechtsorde, zoals geregeld in artikel 100 van de Grondwet. Uitzendingen op basis van dit artikel moeten altijd, liefst vooraf, aan de Kamer worden gemeld.

Dwingende inspraak

Wat de Kamer echter tot op de dag van vandaag nog niet duidelijk heeft geregeld is een dwingende inspraak in uitzendingen. Nergens in de Grondwet staat dat de regering de Kamer om toestemming moet vragen voor een uitzending. In 1994 is op initiatief van het toenmalige Kamerlid Van Middelkoop wel een motie aangenomen die om een instemmingsplicht vroeg. Maar het artikel 100 dat daar uit voort is gekomen spreekt slechts van een informatieplicht.

Hoewel er geen formele instemming van het parlement is vereist, is er de laatste jaren wel een praktijk ontstaan dat een uitzending onder artikel 100 alleen doorging als een meerderheid van de Kamer daarmee kon instemmen.