DEN HAAG - Het kabinet heeft vrijdag besloten om bouwbedrijven die zich schuldig maakten aan fraude voor de rechter te dagen. Op die manier wil de overheid de geleden schade verhalen. Met het besluit haalt het kabinet een streep door de pogingen om met de bouwwereld tot een schikking te komen.

Premier Balkenende deelde na afloop van de wekelijkse vergadering van de ministerraad mee dat het gaat om een "principiële kwestie". De landsadvocaat gaat nu de zaken voorbereiden, aldus Balkenende, die niet wilde speculeren over de bedragen die in het geding zijn.

Branchevereniging Bouwend Nederland reageerde "heel teleurgesteld" op de beslissing. "Dit is een klap in ons gezicht."

Schikking

De bouwbedrijven hebben de afgelopen weken met de betrokken ministers onderhandeld over een schikking in de fraudezaken. De bouwers wilden een schadekas met 50 miljoen euro optuigen. Dat bedrag moest gelden als compensatie voor 1100 claims, niet alleen van het Rijk, maar ook van gemeenten en provincies. Daarnaast zouden bedrijven 15 miljoen euro investeren in vernieuwingen, die onder meer fraude in de toekomst moeten uitbannen.

Een schikking paste in de plannen van de bouwwereld om snel schoon schip te maken. Dat voornemen strandt nu het kabinet heeft besloten om de schades via civiele procedures te verhalen. Ook zien de bouwers een korting op de boetes die zij krijgen, sneuvelen.

Boete

De kartelwaakhond NMa meldde in januari dat 344 bouwondernemingen een boete van in totaal 135 miljoen euro moeten betalen voor hun rol in fraudezaken. Daarvan zou 10 procent worden kwijtgescholden als de ondernemingen een schikking konden treffen met de gedupeerde overheden.

Volgens een woordvoerder van Bouwend Nederland betekent het kabinetsbesluit ook een tegenvaller voor bedrijven die nog een boete moeten krijgen. De NMa zal later dit jaar de installateurs, de utiliteitsbouw en de overige bouwactiviteiten nog aanpakken. De betrokken ondernemingen zouden meeliften op de omvangrijke schikking met de overheid.

Goede zaak

Marijke Vos, de voorzitter van de parlementaire enquêtecommissie die de bouwfraude onderzocht, noemde het kabinetsbesluit een "goede zaak". Zij vond het schikkingsbedrag "aan de lage kant".

PvdA-Tweedekamerlid Depla toont zich verbaasd, dat Balkenende nu spreekt over een principiële kwestie, gezien de opstelling van de NMa bij de afwikkeling van de bouwfraude. Depla houdt het erop dat bouwbedrijven het onderling niet eens konden worden over de verdeling van het geld. Hij noemt dat triest, omdat bouwbedrijven die daadwerkelijk schoon schip willen maken nu de dupe worden van hun minder welwillende collega's.

Bouwend Nederland stelt dat het schikkingsbedrag al voor een groot deel was geregeld.