UTRECHT - Over enkele jaren dreigt een tekort aan dierenartsen. Vooral artsen die zich hebben gespecialiseerd in landbouwhuisdieren houden er de komende jaren mee op, zonder dat er vervanging voor hen is. Studenten willen die richting niet op omdat er geen toekomst in zit.

Dat zegt secretaris dr. T. Jorna van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD). Oude artsen van grote afstudeerlichtingen gaan met pensioen, terwijl studenten die diergeneeskunde doen liever gaan werken in een praktijk met gezelschapsdieren.

Eind jaren zestig, begin jaren zeventig studeerden er nog jaarlijks meer dan honderd dierenartsen af. Nu zijn dat er veel minder. De jonge artsen kiezen bovendien liever niet voor landbouwdieren, zoals varkens en pluimvee, omdat die sector krimpt. Verder werken steeds meer dierenartsen in deeltijd terwijl de oudere garde fulltime werkt.

Maatregelen van de opleiding om meer studenten toe te laten die zich wel op de landbouwdieren richten bieden maar beperkt soelaas, aldus de secretaris van de KNMvD. Vanaf 2007 zullen hierdoor ongeveer vijftig artsen extra per jaar afstuderen maar die kunnen het vertrek van de ouderen niet opvangen.

Jorna verwacht dat dit over een jaar of vijf tot tekorten kan leiden. Dit geldt vooral voor gebieden met veel pluimvee en varkens, zoals Brabant, Limburg en de Achterhoek. De melkveesector heeft er minder last van, omdat dierenartsen koeien er vaak nog wel bij willen doen.