HILVERSUM - De brandtsichting in de islamitische basisschool in Uden, op 9 november van het vorig jaar, is een geplande actie geweest. Dat zegt de 16-jarige hoofdverdachte B. in het tv-programma Zembla, dat de Vara donderdagavond uitzendt.

De brand legde de school volledig in de as en was het ernstigste incident na de moord op cineast Theo van Gogh, op 2 november. In Zembla noemt politieman K. de Groot de brandstichting van de school "een kwajongensstreek en geen aanslag".

Stille tocht

Duizenden mensen namen na de brand deel aan een stille tocht in Uden en premier Balkenende bracht een bezoek aan de Brabantse gemeente. De politie arresteerde zeven minderjarige verdachten. Drie van hen worden verdacht van brandstichting in de school.

De andere vier worden ervan beschuldigd dat zij hebben geprobeerd de moskee in Uden in brand te steken. De jongens, van wie de jongste 14 jaar is, zijn na vijf weken voorarrest op vrije voeten gesteld. Twee van hen keerden onlangs terug naar school. B. zit nog steeds thuis en wordt begeleid door de reclassering.

Moskee

De moskee in Uden was het eerste beoogde doelwit, zegt B. in Zembla. In de uitzending geeft hij aan dat een hoog opgelopen ruzie met een paar Marokkaanse jongens wraakgevoelens bij hem hebben doen ontstaan. B.:"Een dag na de moord op Theo van Gogh hebben we met een groepje jongens bedacht dat we de moskee moesten aanvallen. We gingen vechten, we gingen ze terugpakken." Nadat de brandstichting in de moskee mislukte, besloten de jongens de islamitische basisschool in brand te steken.

Leerlingen

Een groot aantal leerlingen van het Udens VMBO-college zou op de hoogte zijn geweest van de plannen voor de brandstichting. "De halve school wist van onze plannen", aldus B. "We hebben elkaar opgestookt. Het begon min of meer als grap, maar toen konden we niet meer terug. Want dan ben je niet stoer meer."

Zembla

In Zembla bestrijdt de vader van B. dat zijn zoon en diens vrienden echt racistische motieven hebben gehad. De betrokken jongens hebben "extreme beelden" ontwikkeld, meent hij. "De jongens vinden dat de allochtonen zich onaangepast gedragen. Daar storen zij zich aan." De vader van B. werkt aan een boek over de affaire.

Dom

In de Zembla-uitzending zegt B. spijt te hebben. "Ik ben dom geweest." Hij was fysiek niet aanwezig bij de brandstichting in de school, omdat hij ziek thuis was. Hij wordt als hoofdverdachte beschouwd omdat hij "de grootste mond had in de voorbereiding", zegt zijn vader.

Ook B. ontkent racistische of rechts-extremistische motieven te hebben gehad. "Ik had er niet goed over nagedacht", zegt hij in Zembla.