DEN HAAG - De Samenwerkende Hulporganisaties (SHO) hebben via giro 555 tot nu toe ruim 183 miljoen euro binnengehaald voor de slachtoffers van de zeebeving in Azië. Dat maakte de SHO woensdag bekend bij de presentatie van de eerste tussenrapportage van de actie 'Help slachtoffers aardbeving Azië'. De SHO rapporteren elke drie maanden over de voortgang van de hulpverlening.

Het bedrag is nog exclusief de 5 miljoen euro die minister Van Ardenne van Ontwikkelingssamenwerking heeft toegezegd. Daarnaast zijn nog steeds acties aan de gang waarvan de opbrengsten nog moeten binnenkomen.

Hulporganisaties

In totaal is bijna 177 miljoen euro verdeeld over meerdere hulporganisaties. Hiervan is ruim 161 miljoen euro volgens een verdeelsleutel over de SHO-organisaties, Mensen in Nood/Cordaid, Nederlandse Rode Kruis, Kerkinactie, Unicef, Novib, Stichting Vluchteling en Terre des Hommes, Tear Fund verdeeld. SHO-deelnemer Artsen zonder Grenzen heeft afgezien van haar deel van de opbrengst, omdat de organisatie de hulp kan bekostigen dankzij de eigen donateurs. De acht gastdeelnemers, hulporganisaties die niet permanent meedoen met de SHO, hebben gezamenlijk bijna 15 miljoen euro te besteden.

Gastdeelnemerschap

Bij de SHO zijn ruim honderd aanvragen voor gastdeelnemerschap binnengekomen. Hivos, Care Nederland, Save the Childeren, Plan Nederland, World Vision Nederland, Habitat for Humanity Nederland, SOS-Kinderdorpen en ZOA hebben volgens een verdeelsleutel een deel van de opbrengst van giro 555 gekregen. De SHO heeft nog enkele aanvragen van gastdeelnemerschap in behandeling. In totaal is 10 procent van de opbrengst beschikbaar voor gastdeelnemers.

Ook is er nog een groep aanvragers die niet aan alle voorwaarden voldoet voor gastdeelnemerschap, maar wel aan het merendeel van de eisen. Deze categorie telt tot nu toe 22 organisaties, die onder de vleugels en de verantwoordelijkheid van een van de SHO-leden meedoet.

Noodhulp

De hulporganisaties hebben tot nu toe het meeste geld uitgegeven aan noodhulp, zoals voedselvoorziening, huisvesting, medische hulp, water en sanitaire voorzieningen, onderwijs en psychosociale ondersteuning. De hulp van de organisaties staat nu op het punt over te gaan van noodhulp naar wederopbouw. Op dit moment onderzoeken de organisaties welke hulp bij de wederopbouw het hardst nodig is.

Moeilijkheden

De SHO kwamen bij de hulpverlening meerdere obstakels tegen. Door de verwoesting van de infrastructuur verliepen het vervoer van goederen en het verzamelen van informatie over de getroffen regio's moeizaam. Ook kwam de hulp langzaam op gang omdat het personeel van lokale hulporganisaties dan wel vermist of overleden is.

Ook veroorzaakten naschokken veel onrust in opvangkampen in Indonesië en Sri Lanka, waardoor ouders uit angst hun kinderen niet naar hulpvoorzieningen en school durfden te sturen. Daarnaast werd door het publiek grote druk op de organisaties gelegd om de opbrengst zo snel mogelijk uit te geven. Volgens de SHO stond die wens wel eens op gespannen voet met de kwaliteit en duurzaamheid van de te leveren hulp.

De kosten die de SHO tot nu toe hebben gemaakt voor de actie zijn nog niet boven het bedrag van 0,6 procent uitgekomen die daarvoor is gereserveerd. De actiekosten bedragen tot eind februari ruim 900.000 euro, 0,5 procent van de opbrengst.