Leden van de Amerikaanse inlichtingendienst FBI hebben op 26 juli huiszoeking gedaan in het huis van Paul Manafort, de oud-campagneleider van president Trump. 

Dat meldt de The Washington Post woensdag.

De agenten verschenen met een huiszoekingsbevel bij het huis van Manafort, bevestigt woordvoerder Jason Maloni van de oud-campagneleider woensdag. Hij wees erop dat zijn baas steeds heeft meegewerkt met de autoriteiten. "Hij deed dat ook op deze gelegenheid."

Volgens The New York Times zochten de agenten onder meer naar belastingformulieren en buitenlandse bankgegevens van Manafort.

De inval zou verband hebben gehouden met het onderzoek van speciaal aanklager Robert Mueller, die kijkt naar de vermeende Russische inmenging in de Amerikaanse presidentsverkiezing en mogelijke samenspanning tussen Moskou en het kamp van Trump. 

Campagneleider

Manafort stapte in augustus 2016 op als campagneleider van Trump. Hij zou jarenlang hebben gewerkt voor een Russische miljardair met als doel de invloed van de regering van de Russische president Vladimir Poetin te vergroten. 

Hij moest vorig jaar het veld ruimen nadat commotie was ontstaan over eerdere werkzaamheden voor de partij van de pro-Russische Oekraïense president Viktor Janoekovitsj, die in 2014 werd verdreven tijdens een volksopstand. Het bedrijf van Manafort was ingehuurd om het imago van Janoekovitsj en zijn partij op te poetsen en verdiende daar miljoenen aan.

De oud-campagneleider stond eerder al op vrijwillige basis documenten af aan parlementaire commissies die onderzoek doen naar de mogelijke inmenging. Dat vervolgens toch een inval werd gedaan, kan er volgens The Washington Post op wijzen dat onderzoekers vreesden dat de oud-campagnemanager van Trump informatie zou achterhouden.