MOSKOU - Een Nederlandse medewerker van Artsen zonder Grenzen is maandagavond in de Zuid-Russische republiek Dagestan ontvoerd. Dat heeft de politie aan het Russische persbureau Interfax gezegd.
Artsen zonder Grenzen

De 32-jarige arts Arjan Erkel is hoofd van het Zwitserse team van de hulporganisatie in Dagestan. Onbekenden overvielen hem rond .00 uur Nederlandse tijd aan de rand van de Dagestaanse hoofdstad Machatsjkala, terwijl hij op weg was naar het huis van zijn tolk.

Zijn chauffeur werd gedwongen op de vloer van zijn auto te gaan liggen, terwijl Erkel in een auto van het merk Lada werd gesleurd. Dat hebben getuigen gemeld. De ontvoerders hebben nog niets van zich laten horen.

Chauffeur verdacht

De chauffeur, Chadjimoerat, is dinsdagochtend verhoord. Hij wordt ervan verdacht betrokken te zijn bij de ontvoering, zo meldde de plaatsvervangend procureur-generaal van Dagestan. Ook de tolk is gehoord.

Losgeld

In de Kaukasus worden vaker buitenlanders ontvoerd en die komen meestal na betaling van losgeld vrij. Dagestan ligt naast Tsjetsjenië, dat voor onafhankelijkheid van Rusland vecht. Begin vorig jaar werd daar de Amerikaan Kenny Gluck ontvoerd, ook een medewerker van Artsen zonder Grenzen. Een maand later lieten zijn kidnappers hem vrij.

Artsen zonder Grenzen zette vorige week de activiteiten in Tsjetsjenië voor tenminste twee weken stil na de ontvoering van een medewerkster van de Russische hulporganisatie Droejba, die samenwerkt met Unicef. Ook de Verenigde Naties schortte de hulp in het gebied voor onbepaalde tijd op.

Moskou zette in augustus 1999 in Dagestan het leger in om Tsjetsjeense rebellen te verdrijven. Artsen zonder Grenzen geeft sindsdien in het gebied hulp aan de tienduizenden die door het conflict op de vlucht zijn geslagen.

De hulp bestaat zowel uit de verdeling van medische hulpmiddelen langs de grens met Tsjetsjenië als uit medische hulp in vluchtelingenkampen. De mensen die de oorlog in Tsjetsjenië zijn ontvlucht, krijgen bovendien ook psychologische hulp.