Vijftien jaar voor Puttense kuilmoord

ARNHEM - Het gerechtshof in Arnhem heeft donderdag in de zogeheten Puttense kuilmoord de 37-jarige C. van O. uit Putten veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijftien jaar.

Van O. vermoordde volgens het hof in mei 2003 zijn 36-jarige vrouw en begroef haar stoffelijk overschot in een kuil in de bossen van Putten. Hij werd hiervoor in februari vorig jaar door de rechtbank in Zutphen veroordeeld tot een gevangenisstraf van twintig jaar. De man, die bleef ontkennen, tekende hoger beroep aan.

Van O. kon het volgens justitie niet verkroppen dat zijn vrouw Hennie van hem wilde scheiden en dat hun drie jonge kinderen in een voorlopige voorziening aan haar waren toegewezen. Op 6 mei 2003 werd het stoffelijk overschot van de vrouw gevonden in een kuil in Putten. De kuil was al weken eerder gegraven.

Camera's

Al op 2 april ontdekten boswachters het pas gedolven graf. Het werd enige tijd met camera's bewaakt, maar toen dat niets opleverde, werden de camera's verwijderd. Toen Van O's vrouw begin mei werd vermist, herinnerden de boswachters zich het graf. Op 6 mei kwamen ze tot de ontdekking dat het stoffelijk overschot van de vrouw inmiddels in het graf was gedumpt. Zij was door steken met een scherp voorwerp om het leven gebracht. Ook toonde haar lichaam sporen van verwurging.

Bloedsporen

Van O. werd onder meer aangehouden op aanwijzingen van zijn psychotherapeut met wie hij zijn huwelijksproblemen besprak. Hij ontkende de moord, ook toen de politie in zijn woning bebloede kleding en beddengoed vond en in zijn auto bloedsporen van zijn vrouw ontdekte. Volgens hem had mogelijk iemand anders zijn auto gebruikt.

Hij vertelde dat hij er was ingeluisd door een kennis die hem had aangeboden zijn vrouw voor 10.000 euro om te brengen. Maar deze kennis vertelde de politie juist dat de Puttenaar hem had gevraagd met welke stof hij zijn vrouw zou kunnen bedwelmen om haar om te brengen en haar vervolgens voorgoed te laten verdwijnen.

De uitspraak in deze zaak werd maanden uitgesteld. Het gerechtshof zou al op 20 augustus vorig jaar uitspraak doen, maar bepaalde toen in een tussenvonnis dat Van O. eerst psychiatrisch moest worden onderzocht in het Pieter Baan Centrum (PBC) te Utrecht. Deskundigen concludeerden dat met de geestelijke vermogens van de man niets mis is.

Tip de redactie