JERUZALEM - Aan het omstreden beleid van het Israëlische leger om huizen van Palestijnse daders van aanslagen op te blazen, komt mogelijk een einde. Dat meldde het Israëlische dagblad Haaretz donderdag. Een onderzoekscommissie van het Israëlische leger komt tot deze conclusie in haar voorlopig rapport. Volgens de commissie schrikt de vernietiging van huizen andere Palestijnen niet af van het plegen van aanslagen.

De chefstaf van het leger, generaal Moshe Yaalon, had om het onderzoek gevraagd. Hij wilde weten of het beleid ook daadwerkelijk andere Palestijnen afschrikt. Volgens de commissie onder leiding van generaal-majoor Udi Shani blijkt dat slecht twintig keer een aanslag is voorkomen door de dreiging van het opblazen van het huis. Het beleid leidde volgens hem niet tot afschrikking, maar tot haat en vijandigheid onder Palestijnen.

Vergelding

Israël stelde de vergeldingsmaatregel in de zomer van 2002 in. Tot vorig jaar zomer vernietigde het leger 270 huizen van familieleden van Palestijnse daders van aanslagen, vooral in de Westelijke Jordaanoever. Het beleid duurde tot kort geleden. Haaretz haalt ook een intern legerrapport uit 2003 aan. Ook dat stelde dat de huizenslooppolitiek niet werkte. Het aantal aanslagen nam volgens het leger zelfs toe na de invoering van het principe.