UTRECHT - De verantwoordelijkheid van de dader moet centraal komen te staan in het jeugdstrafrecht. Jonge delinquenten moeten zo veel mogelijk worden geconfronteerd met de gevolven van hun gedrag en moeten leren hoe zij de schade kunnen goedmaken. Prof.dr. Ido Weijers doet deze aanbevelingen in de oratie 'De pedagogische uitdaging van het jeugdstrafrecht'.

Weijers houdt zijn oratie vrijdag ter gelegenheid van zijn benoeming tot bijzonder hoogleraar jeugdrechtspleging aan de faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht (UU).

Toen de kinderwetten een eeuw geleden in werking traden, was het belang van het kind de leidraad: opvoeden in plaats van straffen. Weijers, ook docent-onderzoeker bij de opleiding pedagogiek van de faculteit Sociale Wetenschappen van de UU, pleit voor een fundamentele herbezinning op het jeugdstrafrecht.

Delict

Delict, schuldvraag en de eigen verantwoordelijkheid moeten centraal staan, vindt Weijers, zonder dat het belang van het kind uit het oog wordt verloren.Minderjarigen kunnen niet volledig verantwoordelijk worden gehouden voor hun doen en laten. We moeten ze op weg helpen door ze te laten zien wat de gevolgen zijn van hun gedrag, bijvoorbeeld door ze te confronteren met hun slachtoffer, zei de hoogleraar. Daarmee zijn de jonge delinquenten er nog niet. Zij moeten ook zo veel mogelijk goedmaken.

Herstel

Weijers pleit voor het testen van allerlei vormen van wat hij 'herstel' noemt. Ervaring is belangrijk, vooral bij zwaardere delicten en bij herhaald crimineel gedrag. "We moeten meer weten over de voorwaarden waaraan dergelijke activiteiten en de deelnemers eraan moeten voldoen. Ook moeten wij goed nadenken over de juridische en sociale inbedding van deze nieuwe benadering van het jeugdstrafrecht."