JAKARTA - Justitie in Indonesië is van plan het onderzoek naar de moord op de Nederlandse journalist Sander Thoenes te staken. Volgens procureur-generaal Rachman is er onvoldoende bewijs, zo schrijft hij in een brief aan de Nederlandse ambassade in Jakarta. Dat meldde een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken donderdag.

De inhoud van de brief staat in tegenstelling tot de conclusies van een rapport dat eerder naar de procureur-generaal was gestuurd. In dat rapport, opgesteld door de Verenigde Naties en de Nederlandse rechercheur Gerrit Thiry, wordt gesteld dat de daders Indonesische militairen zijn. Het gaat om de commandant en een lid van bataljon 745.

Thoenes was correspondent in Indonesië voor het Britse dagblad Financial Times en het Nederlandse weekblad Vrij Nederland. Hij werd in september 1999 in de Oost-Timorese hoofdstad Dili vermoord. Het ministerie van Buitenlandse Zaken reageert vol verbazing op de brief en gaat opheldering vragen over de strekking ervan.

Eerder deze week sprak minister Van Aartsen (Buitenlandse Zaken) nog met zijn Indonesische collega Wirajuda over de zaak. "Tijdens dat gesprek werd expliciet afgesproken dat de zaak niet gesloten wordt, dat Thiry zijn visie mag komen geven over de bewijsvoering en over de mogelijkheid om de onderzoekstermijn te verlengen", zei de woordvoerder van het ministerie.

De familie van Thoenes vindt dat de verdachten moeten worden uitgeleverd aan de Verenigde Naties, omdat "Indonesië niet zelf in staat blijkt te zijn het Oost-Timor Tribunaal inhoud te geven". "Aangezien moet worden gevreesd dat Indonesië dit niet vrijwillig zal doen, moeten er boycotmaatregelen in internationaal verband tegen Indonesië bespreekbaar worden", schrijven zij in een verklaring.

/NIEUWSNederland wil snel berechting Thoenes-zaak