UTRECHT - Het onderwijs op basisscholen voor kinderen met zware leer- en opvoedingsmoeilijkheden schiet tekort. Deze speciale scholen kampen veelal met ernstige problemen door een groot personeelstekort en doordat gewenste fusies niet altijd goed uitpakten. Bovendien zijn de lesmethoden vaak verouderd waardoor de onderwijskundige ontwikkeling voor de leerlingen achterblijft.

Dat blijkt uit een onderzoek van de onderwijsinspectie op de eerste vijftig van de 430 speciale scholen in Nederland. De Algemene Onderwijsbond (AOb) heeft de voorlopige resultaten naar buiten gebracht. Niet alle scholen scoren even slecht.

De inspectie wil alle speciale scholen bezoeken, die zijn ontstaan uit de vroegere scholen voor moeilijk lerende kinderen (mlk), in ontwikkeling bedreigde kleuters (iobk) en kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden (lom).

Fusies

Vanaf 1997 bestonden deze scholen apart maar door de komst van het nieuwe beleid Samen weer naar School werden ze samengevoegd. Opzet was kinderen met lichte problemen op de gewone basisschool te behouden. De zwaardere gevallen komen op de speciale scholen, die met elkaar moesten fuseren omdat het leerlingenaantal zou teruglopen. Tussen 1997 en 2001 daalde dat aantal van 54.000 naar bijna 52.000 leerlingen.

De fusies veroorzaakten onrust en onzekerheid waardoor veel, vaak ervaren leerkrachten de school de rug toekeerden. Die uitstroom was volgens de inspectie groter dan nodig en gewenst. Met name omdat de leerlingen wat betreft problematiek juist complexer en zwaarder zijn geworden.

Vacatures

Veel vacatures zijn nog steeds niet opgevuld. Een op de zeven speciale scholen heeft een halve tot hele baan openstaan, twee keer zoveel als gewone basisscholen. Eenderde van hun vacatures stond onlangs nog open, ook twee keer zoveel als op de gewone basisscholen. Verder is het ziekteverzuim in het speciale onderwijs ruim 1 procent hoger.

Om het tekort aan onderwijzers op te vullen, gaan ook coördinatoren en directeuren weer voor de klas staan. En daardoor blijven hun taken liggen.

De inspectie wil vooralsnog geen oordeel vellen over de bevindingen, zo meldt de
AOb