HEERLEN - De gemeente Heerlen wil hoe dan ook het geld terugvorderen dat uitkeringsgerechtigden in 1998 als "lening" verstrekt was. Dat liet de gemeente maandag weten. De betrokkenen hadden dit geld in 1998 gedeeltelijk als lening gekregen, nadat de betaling van de bijstandsuitkeringen drie weken naar achteren was geschoven.

De rechtbank in Maastricht noemde begin deze maand de argumentatie van Heerlen in strijd met de wet. Dit naar aanleiding van een beroepszaak van een inwoner van Heerlen, die het geld moest terugbetalen. Het college van burgemeester en wethouders neemt daarom een nieuw besluit, dat volgens hen wel rechtsgeldig is.

In totaal moeten 4000 mensen terugbetalen voor een totaalbedrag van rond de 1,5 miljoen euro, aldus de gemeente. Daarvan hebben er inmiddels 3500 mensen terugbetaald. Die terugbetaling hoeft pas als de mensen uit de bijstand zijn, en werk hebben, aldus wethouder K. Scholtissen maandag. Bovendien zegt hij dat de mensen in de bijstand het geld extra hebben gekregen, en dus over drie weken een dubbele uitkering hebben genoten.

Terugbetalen

Twee jaar geleden stelde de Centrale Raad van Beroep (CRB) tijdens enkele beroepsprocedures mensen die weigerden terug te betalen in het gelijk. De gemeente mocht hen het geld niet terugvragen omdat de gemeente geen lening had mogen verstrekken, aldus de CRB, en dus die "lening" nu dus niet mag terugvorderen. Op de vraag waarom deze uitspraak niet tevens voor alle betrokkenen geldt, zei Scholtissen: "Dan hadden de andere betrokkenen ook in beroep moeten gaan. Dat hebben ze niet gedaan. En dus hebben ze pech gehad, ze moeten terugbetalen".

De gemeente baseerde de terugvordering aanvankelijk op de Algemene Bijstandswet, die in 1998 gold. Daar haalde de rechtbank in Maastricht begin deze maand een streep door. Het nieuwe besluit dat de gemeente nu gaat nemen zal zijn gebaseerd op de nieuwe wet werk en inkomen, die sinds vorig jaar van kracht is. Volgens de gemeente kan dit nieuwe besluit de toets van de rechter wel doorstaan.