Politie onderzoekt betrokkenheid bij coke-deal

DEN HAAG - De politie in Den Haag houdt een intern onderzoek naar de handelwijze van enkele agenten die een verslaafde prosituée aan cocaïne zouden hebben geholpen, opdat zij aangifte kon doen van verkrachting. Dat liet een woordvoerder woensdag weten.

De vrouw kwam in november op een nacht naar een politiebureau in Den Haag om aangifte te doen tegen een 45-jarige Hagenaar, die haar zou hebben verkracht.

De advocaat van de Hagenaar, J. Soeteman, zei woensdag dat uit het proces-verbaal van het incident blijkt dat de agenten onder meer haar een mobiele telefoon leenden, waarmee ze een handelaar belde die ze naar het politiebureau liet komen. Daar kreeg en gebruikte ze uiteindelijk de drug, aldus de raadsman.

"Tijdens de opname van de aangifte merkte de politie blijkbaar dat ze het slecht kreeg en niet meer wilde verklaren", aldus Soeteman. De agenten concludeerden dat de vrouw cocaïne nodig had en reden met haar door de stad op zoek naar een dealer. Toen ze die niet vonden, lieten ze haar met hun telefoon bellen.

Soeteman meent dat het Openbaar Ministerie (OM) in de zaak tegen zijn cliënt niet-ontvankelijk moet worden verklaard. "De officier van justitie en de rechter-commissaris zijn die nacht betrokken geweest bij de gang van zaken, want de politieagenten hebben met hen overlegd wat ze zouden doen. Dat is actief meewerken aan het tot stand komen van een drugsdeal."

De rechtbank in Den Haag heeft de verdachte Hagenaar dinsdag voorlopig vrijgelaten, volgens Soeteman omdat ze de verdenking niet sterk genoeg vond. De zaak is voor onbepaalde tijd aangehouden.

Politie Haaglanden wil niet inhoudelijk op de zaak ingaan. Korpschef Bouwman heeft opdracht gegeven tot een intern onderzoek naar de kwestie. De resultaten daarvan gaan naar de korpsbeheerder, burgemeester Deetman.

Tip de redactie