'Status aparte voor moslimhomo's'

UTRECHT - Moslimhomo's zijn niet gebaat bij emancipatie naar westers model. Zij hebben er meer belang bij dat medemoslims hen erkennen als een minderheid met wie ze rechtvaardig moeten omgaan, ook al accepteren ze hun levenswijze niet. "Als moslim hoef je iemand niet te accepteren, maar je moet wel rechtvaardig met hem omgaan", moet de basis van zo'n "status aparte" zijn.

Dat schrijft Omar Nahas, studiesecretaris van islamitische homo-organisatie Stichting Yoesuf in het boek Homo en moslim - hoe gaat dat samen. Dat verschijnt donderdag bij het instituut voor multiculturele ontwikkeling FORUM . Homo-emancipatie betekent volgens Nahas in de islam: "Wie homoseksueel is, leidt zijn leven als homo zonder anderen ermee te belasten. En omgekeerd: niet-homo's hoeven niet met homoseksualiteit in contact te komen als ze dat niet willen."

Westers model

Door het verbod op homoseksualiteit in de islam is emancipatie naar westers model voor moslimhomo's volgens Nahas niet haalbaar. "Daar komt bij dat de meeste moslims weinig op hebben met het provocerende, exhibitionistische vertoon waarmee homo-emancipatoire activiteiten in het westen vaak gepaard gaan. Moslimouders zullen niet méér begrip voor homoseksualiteit gaan opbrengen als hun zoon bij de Canal Pride halfnaakt en tongzoenend met een vriendje door de Amsterdamse grachten vaart."

Aparte voorzieningen

Nahas is geen voorstander van een speciale homomoskee of de aanstelling van een homo-imam. Een gebedshuis alleen voor homo's zou hen verder vervreemden van de islamitische gemeenschap, aldus de auteur.

Ook aan een apart opvanghuis voor allochtone homoseksuelen die hun huis wegens mishandeling zijn ontvlucht, waar het Amsterdams Centrum Buitenlanders plannen voor heeft, kleven volgens Nahas bezwaren. "Er kan zich al gauw een negatief groepsgevoel ontwikkelen, waardoor een mogelijke verzoening met de ouders en de omgeving verder bemoeilijkt wordt."

Hulpverleners en docenten

Het boek is vooral bestemd voor hulpverleners en docenten die met het thema islam en homoseksualiteit te maken hebben. Nahas geeft enige achtergrondkennis over homoseksualiteit in de islam, maar waarschuwt hulpverleners dat ze niet "de grote korankenner of islamitische psycholoog" moeten gaan uithangen.

Nahas tornt niet aan het verbod op homoseksualiteit in de koran, maar laat zien dat de islam de gelovige homo de ruimte laat om over zijn geaardheid zelf met God in het reine te komen. Hij betoogt ook dat het woord dat moslims voor homoseksualiteit gebruiken, weinig met de liefde tussen mensen van hetzelfde geslacht te maken heeft.

Koran

Het Arabische woord liwat stamt uit het verhaal in de koran over de schanddaden van de inwoners van Sodom en Gomorra. Het staat voor (gewelddadige) anale penetratie, seks met kinderen en dieren en andere bandeloosheid. Mohammed heeft volgens Nahas nooit over homoseksualiteit gesproken. "De koppeling tussen elkaar liefhebbende seksegenoten en anale verkrachters is niet door hem gelegd, maar door latere moslimgeleerden."

Tip de redactie