Japan steunt seksslavinnen niet langer

TOKIO - Japan gaat in maart 2007 het fonds voor steun aan seksslavinnen uit de Tweede Wereldoorlog opheffen. Het in 1995 opgerichte particuliere Asian Women's Fund heeft aan zijn doel voldaan, zei de voorzitter van het fonds, ex-premier Tomiichi Murayama maandag.

Japan heeft nooit direct schadevergoeding betaald aan de vrouwen die tijdens de Japanse bezetting in de Tweede Wereldoorlog door het Japanse leger als 'troostmeisjes' werden gebruikt en die dagelijks door militairen verkracht werden. Het land heeft altijd het standpunt aangehangen dat alle eisen tot schadevergoeding en/of smartengeld geregeld zijn via de vredesverdragen die een einde maakten aan de oorlog.

Donaties

In plaats daarvan richtte Tokio in 1995 een particulier fonds op, dat ook gelden van de regering kreeg. Uit dat fonds zijn uitkeringen gedaan aan overlevende seksslavinnen. Het fonds riep veel kritiek op omdat het gevoed werd met privé-donaties en omdat het overheidsgeld alleen werd gebruikt voor operationele kosten en voor vergoedingen van levensonderhoud en gezondheidszorg. Om die reden heeft een aantal voormalige seksslavinnen geweigerd de betalingen uit het fonds in ontvangst te nemen.

Nu er projecten zijn afgerond voor de bouw van faciliteiten voor oudere overlevenden in Indonesië, is het besluit gevallen het fonds op te heffen.

Bedragen

Uit het fonds zijn bedragen van omgerekend 25.000 euro betaald aan 285 voormalige seksslavinnen in de Filipijnen, Zuid-Korea en Taiwan en ook zijn er uitkeringen gedaan aan 78 Nederlandse vrouwen die tijdens de bezetting van het voormalig Nederlands Indië door Japanse soldaten zijn misbruikt. Vier Nederlandse slachtoffers lieten indertijd weten dat ze geen prijs telden op de uitkering. Zij willen erkenning en een schadevergoeding van de Japanse overheid.

Tip de redactie