Euthanasie baby's niet vervolgd

DEN HAAG - De afgelopen zeven jaar zijn 22 gevallen van actieve levensbeëindiging van een zieke pasgeborene gemeld. Geen van de zaken werd door het Openbaar Ministerie vervolgd, terwijl de euthanasiewet niet geldt voor pasgeborenen.

Volgens een studie in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde van zaterdag ging het in alle gevallen om kinderen met een open rug (spina bifida).

Aanvaardbaar

Justitie hanteerde bij de sepots vaste criteria, zo concluderen de auteurs van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) in het stuk. Het OM vond levensbeëindiging aanvaardbaar als er sprake was van uitzichtloos en ondraaglijk lijden, de instemming van de ouders, er een andere arts geraadpleegd was en er zorgvuldig, met de juiste medicatie gehandeld was. Het zijn dezelfde criteria die de kinderartsen van het UMCG eerder zelf samen met het OM in een protocol hadden opgesteld.

Volgens kinderarts mr. A. Verhagen worden gemiddeld drie gevallen van levensbeëindiging bij een pasgeborene gemeld, terwijl het naar schatting vijftien keer per jaar voorkomt. Hij pleit voor een landelijk protocol om de bereidheid tot melden te vergroten. De publicatie van de studie naar de sepots moet daar ook toe bijdragen.

Gebrek aan hulp

Artsenorganisatie KNMG wil ook een toetsingscommissie. Staatssecretaris Ross-Van Dorp (Volksgezondheid) gaf medio vorig jaar aan dat zij wel gedragsrichtlijnen wil. Aanleiding was de mededeling van de stichting Dilemma dat ouders bij gebrek aan hulp van een arts, soms zelf besluiten een einde te maken aan het leven van hun ongeneeslijk ziek en uitzichtloos lijdend kind. De stichting Dilemma helpt ouders die ouders met dergelijke kinderen.

Afgelopen najaar zei Ross ook een databank te willen oprichten met de oordelen door toetsingscommissies van gemelde gevallen van euthanasie. Hierdoor zouden artsen beter weten waar ze aan toe zijn, als ze met euthanasie te maken krijgen. Ross hoopt hiermee de bereidheid tot melden ook te verhogen.

Tip de redactie