ROTTERDAM - De rechtbank in Rotterdam buigt zich woensdag 26 januari over het omzetten van de straf van de chauffeur van het fatale zogenoemde Dover-transport in juni 2000.

Bij het transport werd geprobeerd om zestig Chinezen naar Groot-Brittannië te smokkelen, maar 58 van hen stikten in de laadruimte van de vrachtauto.

De rechtbank in Groot Brittannië veroordeelde Nederlandse chauffeur P.W. hiervoor in april 2001 tot veertien jaar cel. De man bevindt zich inmiddels in Nederland, de rechtbank zal bepalen hoe lang hij nog in Nederland in de cel moet blijven.

W. sloot tijdens de vijf uur durende overtocht het luchtluik van de container waarin de Chinezen verstopt zaten. Daarna ging hij op de boot een hapje eten en naar de film.

W. verklaarde voor de Engelse rechters dat hij niet wist dat de mensen achterin zijn wagen zaten. Naar eigen zeggen vervoerde hij enkel tomaten.

De rechtbank in Rotterdam moet de straf van de man uit Capelle aan den IJssel omzetten naar de Nederlandse strafmaat. Volgens justitie kan de straf lager uitvallen, maar hoeft dat niet het geval te zijn.

De advocaat van W., G. Toxopeus, verwacht wel dat de straf wordt verlaagd. Volgens hem kregen de mensen die in Nederland berecht zijn een lagere straf dan de verdachten die in Engeland voor de rechter moesten verschijnen. "Bovendien is mijn cliënt geen hoofdverdachte in deze zaak. Daarnaast kom je in Nederland ook nog vervroegd vrij. Je hoeft hier maar tweederde van je straf uit te zitten", stelt Toxopeus.

Als de rechtbank beslist dat W. bijvoorbeeld acht jaar straf verdient dan moet hij daarvan vijf jaar en vier maanden uitzitten. W. zit nu 4,5 jaar vast. Het komt vaker voor dat gedetineerden die in het buitenland vastzitten in Nederland de rest van hun straf uit mogen zitten. Straffen worden dan aangepast aan de Nederlandse strafmaat. Voor drugssmokkelaars is dat meestal gunstig, omdat de straffen in Nederland vaak lager zijn dan in andere landen op de wereld.