Kabinet geeft 200 miljoen extra voor Azië

GENEVE - Minister Van Ardenne (Ontwikkelingssamenwerking) stelt 200 miljoen euro extra ter beschikking voor de wederopbouw van Azië. Ze maakte dit dinsdag bekend in Genève, waar vertegenwoordigers van ongeveer 250 landen onder toezicht van de Verenigde Naties bijeen zijn om te vergaderen over de hulp aan de landen die door de zeebeving zijn getroffen.

De 200 miljoen is bedoeld om landen in staat te stellen weer op eigen kracht te draaien, door bijvoorbeeld wegen en watervoorzieningen te herstellen. De hulp wordt verspreid over een periode van vijf jaar.

Grote donor

Voor de noodhulp aan Azië heeft Nederland al 40 miljoen euro gegeven. Het is daarmee binnen de EU een grote donor. Geld is volgens de minister niet het belangrijkste probleem. Het gaat er vooral om de noodhulp op tijd op de juiste plaats te krijgen.

De bewindsvrouw nodigde in de Zwitserse stad de getroffen landen uit elk een centraal fonds op te zetten waar alle donoren terechtkunnen. Dat zou samen met de Verenigde Naties, de Wereldbank en de Aziatische Ontwikkelingsbank moeten gebeuren. Ze stelde dat het uniek is dat iedereen, ook de Verenigde Staten, de VN als coördinerende instantie ziet.

Solidariteit

Van Ardenne vindt dat de solidariteit met Azië niet ten koste mag gaan van andere gebieden die hulp nodig hebben. Ze riep donoren op hun totale budget op te hogen en nu eindelijk werk te maken van de internationale afspraak om minimaal 0,7 procent van het Bruto Nationaal Product aan ontwikkelingssamenwerking te besteden. Nederland reserveert zelf 0,8 procent.

De minister vindt dat de wederopbouw ook kansen biedt om de bestaande conflicten in het getroffen gebied aan te pakken. "Wederopbouw en vredesopbouw moeten in Atjeh en Sri Lanka hand in hand gaan." Nederland heeft al een langdurige ontwikkelingsrelatie met enkele van de getroffen landen. Indonesië ontving in 2004 32 miljoen euro, Sri Lanka 8,8 miljoen.

Tip de redactie