Nederlands rampenteam maatgevend in Thailand

DIEBERGEN - De werkwijze van het Nederlandse Rampen Identificatie Team (RIT) bij het verzamelen van gegevens van de tsunami-doden op het Thaise eiland Phuket is de internationale norm geworden. Samen met Denemarken vervult het RIT een voortrekkersrol bij de identificatie van de slachtoffers van de zeebeving. Dat heeft een woordvoerder van het Korps landelijke politiediensten dinsdag gezegd.

De Nederlandse aanpak waarbij volgens een vaste procedure gegevens van de doden worden verzameld was er al. Een Deens softwareprogramma voor tandartsen dat beter bleek dan het Nederlandse is eraan toegevoegd. "Het leidde tot een perfecte combinatie", aldus de woordvoerder van het KLPD, waaronder het RIT valt.

Fouten

Via de vaste aanpak zijn fouten bij de identificatie vrijwel uitgesloten. De lichamen gaan door een 'straat' van tafel naar tafel voor het verzamelen van vingerafdrukken, het beschrijven van gebit en andere lichamelijke kenmerken. Ook wordt DNA-materiaal afgenomen. Onderzoekers kunnen de informatie later vergelijken met gegevens van onder meer tandartsen en nabestaanden in het land van herkomst.

Lijkzakken

In het gebied waar de doden in lijkzakken liggen verzameld, zijn inmiddels vijf 'identificatiestraten' in bedrijf. Dertig grotere en kleinere teams uit de hele wereld zijn aan het werk. Het Nederlandse RIT, met 28 man aanwezig, speelt een belangrijke rol.

Het werk verloopt stukken sneller dan voorheen. Toch moet er nog meer vaart in, zei Peter van Zunderd, korpschef van het KLPD maandag. "Uit respect voor de nabestaanden zodat die duidelijkheid kunnen krijgen." De taxatie is dat het nog zeker drie maanden zal duren voordat alle lijken zijn 'verwerkt'.

Verhuizen

De Nederlandse manschappen verhuizen van onderkomen, waardoor ze sneller op hun werk zijn. Nu zitten ze op een paar uur rijden van het tempelcomplex waar de doden liggen, het wordt een half uur. De eerste lichting RIT'ers wordt dinsdag afgelost en keert als alles volgens plan verloopt donderdag terug in Nederland. Van Zunderd vindt het het moreel van zijn mensen "bewonderenswaardig goed". "Ze werken onder zware omstandighedenen, maar het zijn professionals."

Tip de redactie