GENEVE - Vertegenwoordigers van ongeveer 250 landen komen dinsdag onder toezicht van de Verenigde Naties bijeen in Genève in Zwitserland om te vergaderen over de hulp aan de landen die door de tsunami's zijn getroffen. De donorlanden buigen zich onder meer over de vraag op welke wijze kan worden bereikt dat de toegezegde financiële steun inderdaad de landen in Azië en Oost-Afrika bereikt.

De conferentie staat onder leiding van de VN-coördinator voor noodhulp, Jan Egeland. Particulieren en overheden hebben wereldwijd meer dan 6,2 miljard euro toegezegd voor de landen die door het natuurgeweld zijn getroffen.

Nederlands bedrag

Minister Van Ardenne (Ontwikkelingssamenwerking) zei vorige week in het televisieprogramma Netwerk dat Nederland "enige honderden miljoenen euro's" ter beschikking stelt voor wederopbouw de komende vijf tot tien jaar van de getroffen gebieden door de zeebeving. Van Ardenne maakt volgens een woordvoerster het precieze bedrag bekend tijdens de donorconferentie in Genève.

De Japanse minister van Financiën Tanigaki liet dinsdag weten dat zijn land nog eens 31 miljoen euro beschikbaar stelt voor de slachtoffers van de beving. Tokio verstrekt dit geld voor wederopbouwprojecten via de Aziatische Ontwikkelingsbank en de Wereldbank. De Japanse regering maakte al eerder 389 miljoen euro vrij voor de getroffen landen.

De 57 landen die zich hebben verenigd in de Organisatie van Islamitische Landen (OIC) stellen voor de tsunami-slachtoffers 91 miljoen euro beschikbaar. Dat heeft lidstaat Maleisië dinsdag gemeld.