BAGDAD - In de buurt van de Noord-Irakese stad Mosul zijn de stoffelijke resten van achttien Irakezen gevonden. Dat meldde een bron binnen het ministerie van Binnenlandse Zaken in Bagdad donderdag. De slachtoffers waren afkomstig uit een sjiitische wijk van de hoofdstad.

Zij waren naar het noorden gelokt met een aantrekkelijke aanbieding voor werk op een Amerikaanse militaire basis in Mosul, aldus de bron bij het ministerie. De mannen vertrokken op 8 december al naar het noorden. Hun lichamen worden teruggebracht naar een ziekenhuis in de hoofdstad.

In Mosul is het bijzonder onrustig sinds medio november. Toen bestormden rebellen de politiebureaus van deze soennitische stad. Veel Irakese agenten keerden daarna niet terug op hun post. De Amerikaanse militaire basis in Mosul was vorig maand nog het doelwit van een zelfmoordaanslag.

Sinds begin december zijn in de buurt van Mosul tientallen lichamen gevonden. Meestal betrof het leden van de Iraakse Nationale Garde of politie. Zij worden vermoord door opstandelingen. Die beschouwen de veiligheidstroepen als collaborateurs van de bezettingsmacht Amerika.

Het verzet wil met zijn acties de verkiezingen van 30 januari voor een tijdelijk parlement dwarsbomen. De voorzitter van de Irakese kiescommissie zei donderdag in de Jordaanse hoofdstad Amman dat meer dan veertien miljoen Irakezen aan de verkiezingen zullen deelnemen.

Ook in Amman zijn Irak en zijn zes buurlanden bijeen om hun steun uit te spreken voor de stembusgang. Volgens de Jordaanse minister Hani Mulki van Buitenlandse Zaken willen de landen een "duidelijke boodschap" afgeven aan alle Irakezen dat zij moeten gaan stemmen.

Maar of er een gemeenschappelijke slotverklaring komt is nog maar de vraag. Jordanië en Koeweit willen dat het communiqué landen oproept niet te interveniëren in de Irakese zaken en het verkiezingsproces. De ministers van Iran en Syrië verzetten zich tegen deze formulering.