Rijke oliestaten komen laat in de benen

LONDEN - De rijke Arabische oliestaten blijven vooralsnog achter met hun donaties voor de internationale hulpverlening. Na aanvankelijke relatief geringe financiële toezeggingen voor hulp aan de slachtoffers van de zeebeving, kwamen landen als Saudi-Arabië, Koeweit en Qatar pas dezer dagen iets vrijgeviger uit de hoek.

Volgens de Britse krant The Times hebben de regeringen van de betrokken naties deze week flinke kritiek gekregen van de bevolking en van commentatoren in de media. Het Saudische koningshuis heeft intussen erkend traag te zijn geweest in zijn reactie.

Een van de oorzaken hiervoor zou zijn geweest dat nogal wat Saudische liefdadigheidsinstellingen gesloten zijn wegens vermeende banden met het internationaal terrorisme. Saudi-Arabië verhoogde de financiële steun uiteindelijk van 10 tot 30 miljoen dollar.

Andere staten als Qatar zegden soortgelijke bedragen toe. In vergelijking met de toezeggingen van landen als Australië, Duitsland en de Verenigde Staten, die honderden miljoenen op tafel leggen, is de bijdrage van de steenrijke olielanden toch weinig indrukwekkend.

De Koeweitse krant al-Qabas zette de machthebbers zo onder druk dat de bijdrage van het land binnen enkele dagen steeg van 2 miljoen tot 20 miljoen dollar.

De krant wees erop dat Koeweit veel te danken heeft aan inwoners van getroffen landen als Sri Lanka, India en Indonesië, die massaal werken in de Golfstaten als hulpen in de huishouding, chauffeurs maar ook als computerdeskundigen en artsen.

Tip de redactie