NIJMEGEN - Meer dan de helft van de jongeren die in jeugddetentie hebben gezeten en daar behandeld zijn, gaat binnen een jaar na hun invrijheidstelling weer in de fout.

Tussen de 60 en 75 procent komt opnieuw in aanraking met justitie. In 25 procent van de gevallen gaat het dan om ernstige misdrijven.

Dat blijkt uit een onderzoek naar recidive bij jeugdigen van de Nijmeegse pedagoge C. van Dam. Zij promoveert volgende week vrijdag aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Van Dam volgde zestig minderjarige jongens, die gemiddeld twee jaar gedetineerd hadden gezeten in de justitiële jeugdinrichting De Hunnerberg in Nijmegen.

Misstap

Van Dam heeft als eerste onderzoeker met de jongens zelf contact gehouden na hun detentie. Zij stelde vast dat uit dossiers van justitie blijkt dat 61 procent recidiveert, maar de groep zelf rapporteert dat driekwart alweer een misstap had begaan.

"Onder hen zijn opscheppers, die het stoer vinden om zoiets te zeggen. Ook gaat het in een aantal gevallen om heel kleine vergrijpen zoals vandalisme, waarvoor een minderjarige niet opnieuw bij justitie komt. Hoewel ik hen niet meetel als recidivisten, zijn ze natuurlijk wel alweer op een hellend vlak", zegt de promovenda.

Drie W'tjes

Hulpverleners in jeugdgevangenissen nemen volgens Van Dam in het algemeen aan dat "wonen, werk en een wijf" (de drie W'tjes) heel belangrijk zijn om na de straf op het rechte pad te blijven. "Maar dat is niet zo. Een vriendin die het niet zo nauw neemt, is juist een grote risicofactor. En zelfs als de W'tjes goed geregeld zijn, vormen verkeerde vrienden nog steeds het grootste gevaar, samen met uitgaansgedrag, alcohol- en drugsgebruik."

De promovenda verwerpt de suggestie dat haar onderzoek bewijst dat jeugddetentie met behandeling weinig zinvol is. "Je weet niet wat er gebeurd zou zijn, als de jonge misdadiger gewoon op straat was blijven lopen. Dan was het misschien nog wel veel erger fout gegaan. Bovendien is er nog altijd zo'n 30 procent bij wie de straf wel zin heeft gehad. In het algemeen gaat het dan om jongeren, die uit een nette familie komen, die een behoorlijke schoolopleiding hebben en die fatsoenlijke vrienden hebben."

Nazorg

Van Dam pleit voor veel meer nazorg voor jeugddelinquenten. "Het is belangrijk om de jongeren al tijdens de detentie de weg te wijzen naar een andere omgeving. Als ze weer op vrije voeten zijn, moeten zij in contact blijven met een eenvoudig te bereiken persoon die ze kan helpen als het moeilijk wordt. En die ingrijpt als ze weer in het verkeerde circuit rondhangen. Die hen als het ware beschermt."

De promovenda hoopt zich in de toekomst verder te kunnen verdiepen in een goed nazorgtraject voor criminele jongeren.