ZEIST - Steeds meer Aziatische neushoorns zijn het slachtoffer van stroperij. Dat blijkt uit een rapport van het Wereld Natuur Fonds dat woensdag verschijnt. De natuurbeschermingsorganisatie stelt dat vooral in India en Nepal stropers steeds vaker toeslaan. Ze zijn vooral uit op de hoorn en andere lichaamsdelen. Die worden gebruikt in traditionele Oosterse medicijnen.

Er zijn drie soorten Aziatische neushoorns in het wild, in totaal nog maar ongeveer 2900 dieren. Zeker 86 neushoorns zijn de afgelopen vier jaar gedood door stropers.

Een groot deel hiervan, 28 exemplaren, viel tussen november 2001 en eind juli 2002 ten prooi aan stropers in het Nepalese nationale park Chitwan. Door de strijd tussen het Nepalese regeringsleger en maoïstische rebellen in het land is het aantal parkwachten teruggelopen. Stropers kunnen hierdoor hun gang gaan omdat grote delen van het park onbewaakt zijn.

Het leefmilieu van de neushoorns staat ook zwaar onder druk door de houtkap en de groeiende vraag naar landbouwgrond. Het leefgebied van de dieren versnippert steeds meer en de verkleinde populaties zijn vatbaarder voor ziektes, inteelt en voor natuurgeweld zoals overstromingen.

Er zijn drie soorten Aziatische neushoorns; de Javaanse, de Sumatraanse en de Indische neushoorn. De Javaanse neushoorn is bijna uitgestorven in Vietnam, waar waarschijnlijk nog minder dan acht neushoorns leven. Dat soort overleeft ook slechts met grote moeite in Indonesië waar nog geen zestig dieren leven.

Lage aantal

Speciale teams, bekostigd door onder meer het Wereld Natuur Fonds, hebben ervoor gezorgd dat er geen Javaanse neushoorns zijn gestroopt in de afgelopen jaren, maar het zeer lage aantal overgebleven dieren betekent dat natuurrampen, ziektes of stroperij, deze soort makkelijk zou kunnen uitroeien. Voor de grofweg driehonderd Sumatraanse neushoorns die in Indonesië en Maleisië leven vormt de aanhoudende stroperij een wezenlijke bedreiging. In India en Nepal leven ongeveer 2400 Indische neushoorns en ook deze soort is kwetsbaar.

Het Wereld Natuur Fonds beschrijft in dit rapport ook welke successen zijn geboekt bij de bescherming van Aziatische neushoorns. Aan het begin van de vorige eeuw leefden nog slechts ongeveer tien Indische neushoorns in het Nationale Park Kaziranga in India. Kaziranga is sinds 1908 beschermd gebied en daardoor is de populatie gegroeid tot ruim 1500 dieren vandaag de dag. In Nepal leefden in 1968 nog ongeveer honderd Indische neushoorns in de Chitwan-vallei. In 1973 is hier een Nationaal Park gecreëerd en is de stroperij onder controle gebracht. Dankzij intensieve bescherming en strikte controle op naleving van wetten is deze populatie gegroeid tot ruim zeshonderd.

"Er is zeker vooruitgang geboekt als het gaat om het veiligstellen van de toekomst van de Indische neushoorn, maar er is nog een lange weg te gaan willen we het zelfde kunnen zeggen van de andere twee soorten Aziatische neushoorns", aldus Jikkie Jonkman van het Wereld Natuur Fonds. "Dat kan alleen door te blijven investeren in het terugdringen van de vraag naar traditionele Oosterse medicijnen, anti-stroperij maatregelen en het in bedwang houden van de snelheid waarmee land wordt omgezet in landbouwgrond en plantages."