ARNHEM - Officier van justitie A. van Veen heeft vrijdag een gevangenisstraf van vijftien jaar geëist tegen de 62-jarige P. van B. uit Varik. De man heeft volgens de aanklager zijn 59-jarige vrouw vermoord door op een spoorwegovergang een botsing met een trein te veroorzaken.

Volgens Van Veen heeft de man zijn auto op een spoorwegovergang bij Culemborg expres stilgezet op het moment dat er een intercity kwam aanrijden. De vrouw werd gegrepen door de aanstormende trein en was op slag dood.

De man zegt dat het een ongeluk was. Hij had een black-out. Maar deskundigen achten die uitleg niet waarschijnlijk. De aanklager stelt dat de man op 1 augustus vorig jaar volgens een vooropgezet plan zijn auto heeft stilgezet op de spoorwegovergang op het moment dat een intercity met 130 kilometer per uur kwam aanrijden. Hij reed met een boog om de dalende spoorbomen heen en negeerde de rode knipperlichten en de claxonerende machinist. Vervolgens kwam hij midden op de spoorbaan tot stilstand.

Springen

Toen de trein naderde, kon de man nog op tijd uit de auto springen. Zijn vrouw lukte dat niet. Van B. zei voor de rechtbank dat hij zich van het ongeval zelf bijna niets meer kan herinneren. Hij ontkende dat hij zijn vrouw had willen doden.

Black-out

Door medicijngebruik zou hij een black-out hebben gehad. Deskundigen menen echter dat het onmogelijk is om bij een black-out zulke complexe handelingen te verrichten. Zij denken dat Van B. zijn geheugenverlies heeft gesimuleerd. De man ontkent dat ten stelligste. Hij vertelde de rechters dat hij wel vaker last heeft gehad van duizelingen.

Motief

Volgens de officier was er wel degelijk opzet en had de man ook een motief voor zijn handelingen. Er waren financiële problemen, zijn vrouw was ernstig ziek. Volgens kinderen, familie en vrienden had het echtpaar een slecht huwelijk. Maar dat de man van haar afwilde, is volgens hen niet gebleken. Toch verwijt justitie de man dat hij op geraffineerde, onalledaagse wijze zou hebben geprobeerd zich van zijn vrouw te ontdoen.

Van B.'s advocaat H. van der Linden, wil vrijspraak. Volgens hem is er geen enkel bewijs. Zo staat niet vast dat de handrem van de auto is aangetrokken, zoals eerder werd gesuggereerd. De raadsman verweet het Openbaar Ministerie (OM) dat het alleen maar put uit waarschijnlijkheden en mogelijkheden. Van B. zelf zei dat hij geen enkele reden had iets te simuleren. "Ik ben niet iemand om zoiets geraffineerd neer te zetten". Uitspraak 29 december.