RIJSWIJK - Het is en blijft zijn topprioriteit: aansluiting van Turkije bij de Europese Unie. Ooit voorspelde hij dat het in 2012 zover is. In de tussentijd maakt hij, de Turkse premier Erdogan, het zich echter niet makkelijk. Een volledig lidmaatschap, en anders niet, zo laat hij niet na te benadrukken.

Turkije heeft, op weg naar het zo gewenste EU-lidmaatschap, inmiddels wel enkele door Europa gewenste hervormingen doorgevoerd. Een van de struikelblokken is Cyprus, dat Ankara niet als één geheel wenst te erkennen. De EU verwacht dat echter wel.

Recep Tayyip Erdogan werd premier na de zeer grote overwinning van zijn Partij van Rechtvaardigheid en Ontwikkeling (AK) in november 2002. Erdogan mocht niet meedoen aan die verkiezingen wegens een eerdere veroordeling, voor het "aanzetten tot een islamitische opstand". De oud-burgemeester van Istanbul had een onwelgevallig gedicht voorgedragen.

Na de spectaculaire winst van de AK fungeerde Abdullah Gül, tweede man bij de partij, even als premier, terwijl Erdogan zich vooral in het buitenland profileerde. Hij bleef de sterke man van de partij. Door een wetswijziging belandde hij alsnog op de stoel van eerste minister.

De AK heeft absoluut islamitische wortels, en dat baart menigeen zorgen, maar Erdogan benadrukt bij herhaling (dit najaar nog in het Europees Parlement) zijn verbintenis aan het secularisme in Turkije. Dat is de grondwettelijk vastgelegde scheiding tussen moskee en staat.

Veel Turken zien Erdogan (50) als een 'working class hero', iemand die echte armoede heeft gekend. In Istanbul bezocht Erdogan een islamitische school en maakte hij furore als voetballer. Binnen de Welvaartspartij (voorganger van de AK) maakte Erdogan snel carrière. In 1994 werd hij burgemeester van Istanbul.

Kwestie-Cyprus

In de loop der jaren is Erdogan gematigder in zijn opvattingen geworden. Hij accepteert dat vrouwen hoge functies bij de overheid vervullen en zonder hoofddoek naar school gaan. Hij noemt zich een "pro-Westerse conservatief" en voelt er niets voor om met Turkije uit de NAVO te stappen. Toetreding tot de Europese Unie heeft zijn prioriteit en hij heeft er veel voor over om dat te bereiken. Maar niet alles en dat blijkt onder meer uit zijn terughoudendheid in de kwestie-Cyprus.

Het Grieks-Cypriotische deel van het eiland is dit jaar lid geworden van de EU, maar Turkije erkent dat deel niet. Ankara erkent en financiert de republiek van het door Turkije in 1974 bezette noorden van Cyprus, waar het nog steeds 30.000 soldaten heeft gelegerd. Die opsplitsing van het eiland zint de Europese Unie helemaal niet, evenals de vele soldaten en de aanwezigheid van een door blauwhelmen bewaakte scheidslijn. Begin december sloot Ankara opnieuw uit dat het zomaar Cyprus zal erkennen, eerst moet de tweedeling netjes worden opgelost. Zij het dat Ankara daarbij wel deel van het probleem is.

Erdogan is ook vierkant tegen geopperde beperkingen in de procedure om EU-lid te worden. Uit zorg voor de mensenrechten, voor islamitische invloeden of een te machtig leger zijn daartoe stemmen opgegaan. Zo wilde Frankrijk een referendum over Turkse toetreding houden. "Zeer onrechtvaardig", vond Erdogan. Ook is geopperd om geen volledig lidmaatschap toe te staan, maar een soort 'gepriviligeerd partnerschap'. De premier reageerde furieus.

Uitstel van de onderhandelingen is ook uit den boze. Turkije vroeg al 45 jaar geleden lidmaatschap aan, en Erdogan wil er nu mee de geschiedenisboeken ingaan.